04-08-07

Dossier médicale: Justine Henin


Carte blanche du docteur Luc Vanwelde, médecin de famille, en réaction à l'article paru dans « Le Soir » du 25 juin. Le médecin personnel de Justine Henin, Serge Messens, y détaillait les problèmes médicaux de la joueuse.

Le long article consacré dans Le Soir du 25 juin au Dr Serge Messens, chirurgien orthopédiste « personnel » de Justine Henin, me laisse perplexe.

Un médecin, quel que soit le lien qui l'unit à sa patiente, est-il autorisé à ouvrir ainsi le dossier médical de celle-ci dans les colonnes d'un quotidien ?

Pourquoi la déontologie médicale, imposant le respect absolu du secret médical d'un patient, quelle que soit sa pathologie, ne s'appliquerait-elle pas ici ? Parce que la patiente est une sportive réputée et que ses petits « bobos » intéressent donc beaucoup ses admirateurs ?

Que Justine Henin parle elle-même de ses problèmes de santé ne pose bien sûr aucun problème. Mais que ce soit son médecin qui le fasse, et avec autant de précisions en plus, me semble très limite, et ce même si c'est fait (on peut l'espérer !) avec l'accord de la patiente.

Tout d'abord, parce que la déontologie médicale, de même que la correction la plus élémentaire, voudraient, me semble-t-il, qu'un médecin ne fasse déjà pas étalage public du nom de ses patients, qu'ils soient célèbres ou non. Que Justine cite le Dr Messens comme étant son orthopédiste est bien entendu son droit le plus absolu, mais l'inverse non.

Mais que penser alors du fait que celui-ci expose par le menu les problèmes médicaux de Justine au grand public ?

Parce que soyons clair : on ne parle pas ici de problèmes visibles par tout spectateur un rien attentif, mais bien de diagnostics médicaux qui ne devraient jamais sortir du dossier d'un patient : perte de l'utilisation d'un tendon du pied droit, perte du jambier antérieur du même côté, chondrite au niveau du genou droit, qui ne peut que s'aggraver au fil du temps, sauf si on fait une greffe..., tendon de l'épaule droite fort abîmé, déchirure aux ischio-jambiers, système immunitaire fragile, avec troubles digestifs... On croit rêver !

Bien sûr, le lecteur neutre pourrait se dire qu'il n'est quand même pas bien grave de parler des petits problèmes orthopédiques d'une sportive : tout le monde devine quand même bien qu'elle doit en avoir !

Et pourtant oui, cela peut être grave. Et ce n'est en tout cas jamais anodin.

Tout d'abord parce que le secret médical est un élément fondamental du respect de la vie privée, qui tire sa force du fait qu'il s'applique à tout et à tout le monde. Ce qui est grave pour l'un ne l'est peut-être pas pour un autre, et la seule règle réellement efficace en la matière est donc de n'admettre aucune exception. Il est d'ailleurs facile de comprendre que si un médecin est autorisé à parler des problèmes de santé de ses patients « à condition que ce ne soit pas grave », le jour où il s'abstiendra de le faire, c'est précisément parce que ce problème-là est grave !

Dans le cas plus précis de Justine Henin, et de l'article dont question, il est d'autre part aisé de démontrer, par l'exemple, en quoi ces petites révélations apparemment anodines pourraient malgré tout un jour lui porter préjudice.

Premier exemple. Il est parfaitement imaginable qu'une sportive de ce niveau pense à s'assurer contre tout risque d'accident ou de pathologie réduisant sa capacité à continuer la pratique du sport au plus haut niveau.

Est-il normal, dans ce contexte, que l'assureur soit en possession d'informations médicales aussi précises par voie de presse, de la bouche même de son médecin personnel, informations qui risquent de faire grimper les primes, voire même d'empêcher la conclusion du contrat si le risque est estimé trop grand ? Bien sûr, un article de journal n'est pas une preuve, mais cela ouvre des pistes que l'assureur, en toute logique, sera tenté d'explorer.

Second exemple, dans un tout autre domaine : imaginons qu'un sponsor envisage de soutenir Justine Henin pour les cinq années à venir, pensant qu'elle est enfin arrivée au sommet de son art et que les meilleures années sont encore à venir.

Ne risque-t-il pas de revoir sa position, sachant que le médecin personnel de la joueuse ne la voit pas tenir le coup physiquement encore plus de deux ans ?

À moins que, bien sûr, admirablement entourée par des gens compétents (toute l'équipe est citée et même localisée, il ne reste plus qu'à acheter le GPS !), le miracle se produise et qu'elle empoche encore contre toute attente 4 Roland-Garros et 5 Wimbledon...

Et alors, là, merci pour la pleine page de pub gratuite dans le plus grand quotidien belge !

Le Soir, Redaction en lignemercredi 27 juin 2007

14:29 Gepost door Jan Boeykens in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

De Standaard maakt de weg vrij voor de psychiatrie en de farmaceutische industrie

Sinds de Zaak De Gelder, gaat er geen dag voorbij zonder dat De Standaard over 'gekken' en 'gekkenhuizen' spreekt.

Nadat minister Onkelinx 3 miljoen euro vrijmaakte voor psychiatrische 'urgentieteams' (wat automatisch tot meer represssie en gedwongen opnames zal leiden), is het tijd om wat te gaan bedelen voor de beschutte werkplaatsen.

De algemene boodschap luidt: 'We zijn allemaal een beetje zot. Niemand hoeft zich ervoor te schamen. Het kan ons allemaal overkomen. Depressie is erfelijk.'

Als de psychiatrische urgentieteams beginnen uit te rukken om mensen in de pscychiatrie te steken, zal iederéén (vooral de psychiatrie en de farmaceutische industrie) tevreden zijn.

De psychiatrie is weer terug van weg geweest en de professoren van de Katholieke Universiteit in Leuven, staan klaar om ons weer voor enkele tientallen jaren te hersenspoelen.

---------------

Nieuw netwerk voor onderzoek naar kindermedicijnen

BRUSSEL - Tot nu toe worden kindergeneesmiddelen in ons land relatief weinig getest.
'Kinderen hebben ook recht op de beste medicijnen', vindt José Ramet, diensthoofd van de dienst pediatrie in het UZ Antwerpen en het ZNA Koningin Paola-kinderziekenhuis.
Hij is de coördinator van een nieuw netwerk, dat op vraag van de Europese Unie het onderzoek in diverse Belgische ziekenhuizen naar de effecten van geneesmiddelengebruik bij kinderen zal bundelen. Ook zal het bemiddelen bij de rekrutering van proefpersoontjes en zorgen voor de begeleiding van onderzoekers en voor kennisuitwisseling.

Beter onderzoek is volgens Ramet hard nodig. De meeste medicijnen zijn namelijk alleen goedgekeurd voor toediening aan volwassenen. 'Maar vaak kan een ziek kind er ook baat bij hebben, alleen weten kinderartsen dan niet precies wat de genezende dosis is en welke nevenverschijnselen ze kunnen verwachten.'

Een kinderlichaam is immers nog volop in ontwikkeling: er is maar weinig geweten over de werking van organen bij pasgeborenen, zuigelingen, schoolkinderen en adolescenten. Artsen weten daardoor niet precies hoe een kinderlichaam op medicijnen reageert. Het bepalen van de juiste hoeveelheid, meestal op basis van lichaamsgewicht, blijft daardoor 'nattevingerwerk'. Een simpele rekensom zoals 'iemand van 80 kilo geven we 20 milligram dus delen we die hoeveelheid voor een kind van tien kilo door acht', is veel te kort door de bocht. Een kind krijgt dan misschien een te lage of net een te hoge dosering.

Lange tijd toonde de farmaceutische industrie weinig interesse voor geneesmiddelenonderzoek bij kinderen. Het ging om een kleine doelgroep, waarvan weinig winst viel te verwachten. De Europese Unie, die al langer pleit voor beter onderzoek van kindergeneesmiddelen, heeft daarom een wortel voor de neus van de farmabedrijven gehangen: wie investeert in klinisch onderzoek naar kindermedicijnen, mag rekenen op patentverlenging: een verlengd recht op alleenverkoop.

Het Belgische netwerk, dat ingebed zal worden in een Europees netwerk, omvat de Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde, het federaal geneesmiddelenagentschap (FAGG) en de farmaceutische industrie. (hvde)

---

Outsiders- kunst?

Ondoordacht, onevenwichtig, intrigerend. Zo omschrijft kunstenaar Fred Boffin de beste werken van het Arto-project. In zijn atelier zitten tien psychisch kwetsbare mensen. Wekelijks komen ze samen om te schilderen en te tekenen. Allen hebben ze een psychiatrisch verleden of wonen ze beschut.

Via kunst wil het Arto-project de stereotiepe beeldvorming over geestelijke gezondheid doorbreken. Een paar keer per jaar stellen ze ergens in Vlaanderen tentoon. 'Zo kunnen ze uit hun isolement treden', vertelt medeoprichtster Els Van De Sompel, ergotherapeute in de Psychiatrische kliniek Broeders Alexianen in Tienen. 'Op de exposities komen ze in contact met mensen die vaak niets van de psychiatrie afweten. Zo krijgen beide kanten eens een ander verhaal te horen.'

'Wat onze patiënten gemeen hebben, is hun kwetsbaarheid. Ze hebben leren omgaan met hun ziekte, maar zijn nog volop bezig hun draagkracht te ontdekken. Door kunst ontdekken ze dat ze naast beperkingen ook mogelijkheden hebben.'

'Els kent hun achtergrond, maar ik hoef dat niet in detail te weten', zegt Boffin. 'De beelden, kleuren en vormen spreken vaak voor zich. Voor mij als kunstenaar is dat heel interessant. Deze mensen hebben weinig voeling met de mainstream kunstwereld, waardoor ze onorthodox met penseel en kleur te werk gaan. Dat resulteert soms in pure outsiderskunst. De beste beelden zuigen zich naar je toe. Er zit iets intrigerends in, een onevenwichtigheid. Mooie, cleane plaatjes zijn tenslotte niet interessant. Brave decoratie is er al genoeg.'

'Ze schilderen vaak hoofden', merkt Van De Sompel op. 'Denk aan De Schreeuw van Edvard Munch, dat is voor velen een inspiratiebron. Ze herkennen zich in die wanhoop. Ze begrijpen dat je het soms wilt uitschreeuwen.'(lst)

www.alexianentienen.be

---

Tot in de tuin, niet verder

Jurgen Reuskens: 'Door medicatie en therapie is mijn dwangstoornis leefbaar geworden.'

Een jaar lang kwam Jurgen Reuskens zijn huis niet uit. Paniek loerde overal om de hoek: in de auto, aan de kassa, op het kerstfeest. Ook binnenshuis was hij niet gerust. Was er wel goed schoongemaakt? Lag alles wel op zijn plaats?

Het sneeuwt als we bij Jurgen Reuskens aanbellen. We hoeven onze schoenen niet uit te trekken, verzekert hij, dus lopen we met natte voeten de woonkamer in. 'Enkele jaren geleden had je mij nu eender welke vraag kunnen stellen. Het enige waar ik aan zou denken: die afdrukken op de vloer moeten weg! Vandaag kan ik het schoonmaken al uitstellen tot na ons gesprek.'

Het niet meteen schoonmaken van de natte voetafdrukken is een overwinning. Reuskens heeft een lange weg afgelegd. 'Als mijn vriendin enkele jaren geleden schoongemaakt had, ging ik haar werk minutieus nakijken. Heeft ze wel het juiste product gebruikt? Ze voelde zich natuurlijk persoonlijk aangevallen. Maar ik ging op mijn knieën zitten en checkte of de vernislaag niet dunner was geworden. Tien minuten later ging ik nog eens terug om alles opnieuw te checken. Ook als ik van mijn werk kwam en rommel van de kinderen zag liggen, begon het binnenin te koken. Als daarna de dweil in de keuken wat raar lag, en de handdoek in de badkamer niet op zijn plaats hing, begon ik te flippen. Ik werd kwaad en poetste mij in het zweet. Het was een soort van black-out. Pas als alles proper was, kwam ik weer tot rede.'

'Een dwangstoornis doet iets raars met je. Het voelt alsof de dingen zich aan je opdringen. Als we naar de supermarkt gingen, moést ik eerst de mat uitkloppen en de woonkamer stofzuigen. Anders kon ik niet vertrekken.'

Reuskens neemt al enkele jaren medicatie en is in behandeling bij het Angstcentrum.
Hij kwam daar terecht omdat hij gek werd van zijn angsten. Een jaar lang kwam hij het huis niet meer uit. 'Ik had al een tijdje last van paniekaanvallen. Ik ben geboren met hartruis, maar enkele jaren geleden begon één van mijn kleppen te lekken. Ik dacht dat die paniekaanvallen door mijn hartstoornis veroorzaakt werden. Maar ook na mijn operatie bleven ze komen, vooral in de auto. Ik kreeg het heel warm, begon te zweten, kon niet meer ademen en kreeg hartkloppingen. Die autorit was levensgevaarlijk. Ik negeerde rode lichten, want stoppen was uit den boze. Ik wilde zo snel mogelijk naar huis. Alleen daar kon de ambulance me gemakkelijk vinden. Maar ik kreeg het ook in de supermarkt, als er te veel mensen bijeen waren. "Wat als ik hier flauwval, een hartaanval of een hersenbloeding krijg? De ambulance gaat me niet vinden!" Angst begon mijn leven te beheersen. Gedachten aan paniek brachten me in paniek. Als mijn vriendin zei dat we de dag nadien ergens naartoe zouden gaan, werd ik gek. Alleen als ik de uitstap tot in de puntjes kon plannen, kwam ik nog buiten.'

'Een jaar lang ben ik het huis niet uit geweest. Tot in de tuin ging ik, maar niet verder. Dat binnenblijven zorgde soms voor extra paniek, want mijn vriendin was zwanger. Wat als haar vliezen breken? Ik durfde niet met de auto te rijden! Mijn sociaal leven ging er helemaal aan. Feestjes, Kerstmis, babyborrels: alles zegde ik af. Alleen thuis zitten was niet leuk, maar toch nog minder erg dan me te verplaatsen.'

'Veel mensen lachten met mijn 'paniekstoornis'. Ik heb geprobeerd om het uit te leggen, maar ik merkte al snel dat het geen zin had. Gelukkig heeft mijn vriendin juist gereageerd. Toen ik niet meer buiten wilde komen, drong ze niet aan, maar suggereerde ze hulp.'

'In het Angstcentrum kreeg ik cognitieve therapie, die mijn denkpatronen probeerde te doorbreken. Je leert zo dat je denkwijze, en de angst die daaruit voort komt, onrealistisch is. Angst mag je niet onderdrukken. Je moet hem recht in de ogen kijken en je denken stap voor stap veranderen.'

'Het is nu meer dan vier jaar geleden. Ik durf nu weer met de auto te rijden, en ook onvoorbereid ergens naartoe te gaan. Vorige zomer zijn we zelfs twee keer naar Italië gereden! Mijn dwangstoornis zal nooit helemaal verdwijnen, maar ze is wel leefbaar geworden door medicatie en therapie. Ik zie het huis nog altijd liever netjes voor we vertrekken, maar het beheerst mijn gedachten niet langer als het niet zo is. Een hele opluchting voor mijn gezin. Ook ik ben leefbaar geworden.'(lst)

---

Vooraf

Zot zijn doet geen zeer. Het was een van de plaagstoten die wij als kinderen wel eens uitwisselden. Als compliment was het niet bepaald bedoeld.
Inmiddels weten we wel beter: 'zot zijn' doet wel degelijk 'zeer', en niet alleen voor wie er zelf last van heeft, ook de omgeving deelt in de klappen. Want het Nederlands mag dan al speels en moeiteloos over psychische ziektebeelden walsen - u vindt in deze bijlage een schat aan uitdrukkingen terug - de werkelijkheid die erachter schuilgaat, is hard, gaat niet in de kleren zitten en krijgt lang niet altijd de aandacht die ze verdient.

Te Gek!? , aanvankelijk een lokaal initiatief - in 2004 op gang getrokken vanuit de psychiatrische kliniek Sint-Annendael in Diest met name - maakt er met veel inzet en gedrevenheid werk van om psychische aandoeningen uit de taboesfeer te halen. Door de boer op te trekken en er informatie over te verspreiden, door er artiesten bij te betrekken, cd's te maken en optredens te organiseren. Door op vele manieren te zeggen: het hoeft niet zo hard te zijn of te blijven, er zijn manieren om ertegen aan te gaan. Helpen helpt. Hulp vragen helpt.

Wie alleen al in zijn buurt of op de werkplek luistert naar verhalen van kennissen of collega's, vaak uit hun zeer directe omgeving, staat verstomd van de omvang van psychisch leed, van de vele vormen waarin het zich kan aandienen en van de manier waarop het in levens ingrijpt.

Het hoeft niet eens over zulke tragische omstandigheden als de recente steekpartij in Dendermonde te gaan. Ook al zijn de gevolgen minder verbijsterend of al gaat het om verhalen die de krant niet halen, toch is er vaak sprake van grote gekwetstheid. Onze samenleving hoeft zich daar niet bij neer te leggen. Niet bij de zware financiële kosten die de aanpak van psychische aandoeningen met zich brengt. Maar ook niet bij de menselijke drama's die er het gevolg van zijn.

Welja, zot zijn doet behoorlijk zeer. Maar geconfronteerd worden met een psychische aandoening is geen schande. Erover praten is een goede eerste stap, hulp vragen geen slechte tweede. Er bestaan manieren om ermee om te gaan en het leven weer leefbaar te maken en te houden. Het is belangrijk dat veel mensen dat weten.

Daarom schaart De Standaard zich - onder meer met deze extra bijlage - al vanaf dag één met zoveel gretigheid achter dit initiatief.

Anni van Landeghem, Adjunct-hoofdredacteur

---

'Je zit in een cocon en kunt er niet uit'

Mira en haar moeder, Luce Plinke: 'Het is moeilijk om uit te leggen wat geestelijke pijn met je doet.'

Twaalf jaar. Zo lang duurde de depressie van Mira's moeder, Luce Plinke (56). Vele kwakzalvers, een zelfmoordpoging en enkele zware medicijnencocktails later vindt ze het leven weer mooi.

Mira: 'Ik herinner me een fietstocht. Je remde, begon te huilen en zei: "Het gaat niet meer". Ik was nog maar tien, maar besefte meteen dat er iets serieus mis was. Hoe moest ik reageren? Je was altijd zo sterk. Plots viel mijn moeder, mijn raadgever weg. Ik weet nog dat ik stond te huilen aan je bed, maar niets kon doen. Je zei dingen als "ik wil hier weg", "ik kan hier niet meer zijn", "bel iemand, want ik ga mezelf iets aandoen". Ik stelde vragen, maar het antwoord wist je niet. Je vond dat er niets meer te zeggen viel.'

Luce: 'Ja, ik herinner me die onmacht. Dat je vroeg: mama, wat moet ik doen? Laat mij maar liggen, antwoordde ik dan, met de lakens over mijn hoofd. Ik wilde met rust gelaten worden.'

Mira: 'Toch had je ook goede dagen. Of je deed alsòf je vrolijk was, wat ik als kind meteen door had.'

Luce: 'Ik dacht: als ik heel hard mijn best doe, geraak ik hier wel door.'

'In het begin toonde ik aan niemand dat er iets mis was. Ik was vrolijk, zat vol energie. Maar als ik 's avonds thuis kwam, rolden de tranen over mijn gezicht. Ik maakte dan lijstjes van de positieve en negatieve dingen in mijn leven, en zag dat het positieve lijstje veel langer was. Waarom was ik dan ongelukkig?'

'Het is moeilijk om uit te leggen wat geestelijke pijn met je doet. Ik zat in de woonkamer met de gordijnen dicht, kon geen tv of radio meer verdragen. Ik haatte de buurvrouwen, omdat ze op straat stonden te lachen en te praten. De onmacht die je dan voelt. Mira heeft dat goed verwoord in haar lied "Glazen Bol" (Ik zit in een glazen bol/ Schud ermee en t sneeuwt/ Alle stemmen klinken hol/ Kzit hier heel alleen, red.) .
Want dat is wat het is: je zit in een cocon, en alleen geraak je er niet uit. Op het einde wist ik niet meer wat ik voelde. Het kon mij niet schelen of het huis vuil was, of er eten in huis was. Ik wist zelfs niet of ik mijn gezin graag zag.'
Mira: 'Wij zijn nooit iets te kort gekomen, mama, maar mentaal was het zwaar. Rond mijn achttiende ben ik op kot gegaan, want ik kon niet meer ademen thuis. En toen is de climax gekomen.'

Luce: 'Ik was aan het eind van mijn krachten. Ze hadden in het ziekenhuis al zoveel geprobeerd, en niets hielp. Ik was moe. Ik heb een afscheidsbrief geschreven en een overdosis pillen met alcohol genomen. Toch heb ik nog naar mijn oudste dochter gebeld.
Ergens wilde ik blijven leven.'

Mira: 'Je liep al lang met die plannen rond. Maar horen dat je het echt geprobeerd had, was heel heftig en onwezenlijk. Ik had het gevoel dat ik in een film zat. Kortsluiting in mijn hoofd. De grond zakte onder mijn voeten weg. Ik wist wel dat het voor mijn moeder duizend keer erger en zwaarder was, maar ik ben toch blij dat ik mezelf ook verzorgd heb. Als ik niet met een therapeut was gaan praten, was ik verstrikt geraakt in mijn eigen emoties.'

Luce: 'En zelf ook in een depressie beland, denk ik. Het is echt goed dat je die stap gedaan hebt. Je moet praten over erge dingen.'

Mira: 'Ja, dat heb je me wel geleerd, en daar ben ik blij om. Toen ik op mijn elfde het gevoel had gepest te worden, heb je me naar de jeugdpsycholoog gestuurd.'

Luce: 'Chapeau, zei de huisdokter. Weinig mensen durven dat, uit angst voor wat de mensen wel zullen zeggen.'

Mira: 'Ik heb altijd al wel een donker kantje gehad. Dat zit in mijn genen. Of komt het door wat ik heb gezien?'

Luce: 'Nee, je had dat al van kleins af aan.'

Mira: 'Maar jouw depressie maakte me heel onzeker en wantrouwig. Aan Studio Herman Teirlinck merkte ik dat ik minder stevig in mijn schoenen stond dan mijn leeftijdsgenoten. Ik was niet depressief, maar wel heel ongelukkig.'

'Ergens bleef ik denken dat het allemaal mijn schuld was. Dat mijn moeder ongelukkig was door mij, heeft de psychologe mij uit mijn hoofd gepraat. Ze vertelde dat je door nooit echt kind te zijn, een lage eigenwaarde kunt ontwikkelen.'

Luce: 'Ik had mijn zwakheden meer moeten tonen. Ik wilde altijd de sterke zijn. Alles kwam in orde! Maar zo worden kinderen niet zelfverzekerd en was het extra hard toen het standbeeld mama naar beneden tuimelde.'

Mira: 'Vorig jaar voelde ik mezelf weer wankelen, maar ik wilde niet nog eens naar de therapeut. Alles was wel gezegd. Ik heb toen een cursus mindfulness gevolgd. Dat was heilzaam: door te mediteren kun je andere denkpatronen ontwikkelen.'

'Het is gek, oosterse kinderen die worden grootgebracht met meditatie zouden ons niet begrijpen. Ze hebben niet eens een woord voor "eigenwaarde". Want het kan niet dat je dat níet hebt. Dat maakt het allemaal heel absurd. In het westen zitten we gevangen in onze geest.'

Luce: 'Mindfulness zou een vak op school moeten zijn. Kinderen moeten hun emoties leren uiten, leren wat ze waard zijn en hoe ze zichzelf kunnen zijn.'

Je hoeft niet altijd te scoren. Je bent niet meer waard als je een mooi huis en goede baan hebt, hoewel dat nog altijd dé normen voor een succesvol leven zijn.'

'Mira schreef, las en musiceerde graag als kind, alleen op haar kamer, maar ik stuurde haar op kamp. Dat was fout. Een kind moet zichzelf kunnen zijn. Ze mogen geen dingen doen of vinden om iemand te behagen. Ik denk dat heel wat depressies veroorzaakt worden door jezelf te lang weg te cijferen.'

'Ik was zelf een gevoelig kind dat veel huilde, maar werd daarvoor gestraft. Huilen was flauw. Dus ik dacht: als ik niet huil, hebben ze me graag. Dat ben ik heel mijn leven blijven doen. Ik heb mij heel mijn leven aangepast aan de mensen om mij heen. Ik wilde met niemand ruzie, voelde me voor iedereen verantwoordelijk. Maar een potje dat vol is, loopt vroeg of laat over.'

'Met zware medicatie ben ik uiteindelijk uit mijn depressie geraakt. Hoe mooi het leven dan ineens weer wordt! Ik leef nu anders, zoek meer diepgang. Wat de mensen van mij vinden, kan mij niet meer schelen.'

Mira: 'Zo ver ben ik nog niet. Er zit veel schrik in mij en ik kan redelijk moeilijk genieten van dingen. Ik geloof niet zomaar in een goede afloop. Ben vaak bang dat ik goede dingen zal kwijtraken. Maar ik kan dat nu gemakkelijker aanvaarden.'

Luce: 'Dat is de sleutel. Ik heb er lang over gedaan om te aanvaarden dat mijn depressie een ziekte was. Ik wilde dat niet hebben. Ik vocht ertegen. Maar net het aanvaarden is het begin van het genezingsproces.'

---

Naar Congo in je ochtendjas

Dementie zit in de familie bij Dimitri Leue. Zijn grootvader, Armand Borgmans, kreeg de ziekte van Alzheimer. 'Wij tweeën hadden een speciale band, maar plots herkende hij mij niet meer. Ik zei: ''t Is den Dimitri, 'Dimmeke', maar het drong niet door. Hij was den bompa niet meer.'

'Iedereen heeft de kiem van de waanzin in zich. We kunnen allemaal gek worden. Sommigen hebben de pech om het ook écht te worden. Ik vind het fantastisch als mensen anders zijn, maar de samenleving gaat daar vaak niet goed mee om. Af en toe verlies ik zelf de controle, op de dansvloer, tijdens het sporten of in bed. Maar is dat zot zijn? De grens tussen gezond verstand en waanzin is voor mij niet altijd even duidelijk. Soms glijden ze onopgemerkt in elkaar over, in Alzheimer bijvoorbeeld. Mijn bompa kreeg de ziekte toen ik een jaar of twintig was. Zijn broer, zotte peer, kreeg het. En nog een paar andere ooms ook. De kans is dus reëel dat ik zelf ooit een vorm van dementie ontwikkel.'

'Bij mijn bompa is het begonnen met vergeetachtigheid. Hij was al een tijdje ongelukkig, omdat zijn vrouw vroeg gestorven was en hij alleen oud moest worden. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Ik snap dat je jezelf laat meeslepen door zo'n groot verdriet.'

'Hij heeft maar heel kort beseft dat hij de ziekte had. Al snel kon hij niet meer voor zichzelf zorgen en moest hij naar een home. Ik herinner me vooral zijn onrust. "Ik ben hier niet graag", zei hij vaak. Hij probeerde dan weg te lopen, van zijn home, maar ook van familiefeesten.'

'Er zat een code op zijn deur die hij zelf niet kon onthouden. Maar op een keer is hij toch kunnen ontsnappen. Hij droeg zijn ochtendjas en pyjama nog, en sloffen. Van Antwerpen is hij naar Mortsel gewandeld, waar hij zijn hele leven had gewoond. We zijn hem overal gaan zoeken. Ik heb hem uiteindelijk gevonden in zijn oude stamcafé op de Oude God. Hij was een sportfreak; had daar vijfentwintig jaar gevoetbald en ons er vaak mee naartoe genomen. Toen ik hem vond, met zijn sloffen vol gras, dacht hij dat ik zijn broer was. Mijn vriendin, met wie ik toen al enkele jaren samen was, was zijn schoonzus. "Ik kom juist terug uit Congo", vertelde hij. Met de boot was hij zogezegd van Marokko naar Spanje geraakt, en daar had hij dan de trein naar Mortsel genomen. Hijzelf was in zijn hele leven niet in Congo geweest, zijn schoonbroer wel.'

'Ik vond het heel triestig. Wij tweeën hadden een speciale band, maar plots herkende hij mij niet meer. Ik zei: "'t Is den Dimitri, Dimmeke", maar het drong niet door. De confrontatie was moeilijk op de duur. Ik moest mijzelf vaak overtuigen om hem te gaan bezoeken. Het was triestig om keer op keer te merken dat er boven niemand thuis was. Heel zijn leven was hij zot van zijn kleinkinderen. Als hij ons zag, was hij vrolijk. Toen hij die ziekte kreeg, was hij niet langer den bompa.'

'Hij slikte een hele cocktail aan medicijnen, antidepressiva onder andere. Zo kon hij nog een beetje contact maken met de mensen om hem heen.'

'Na een aantal jaar was het tijd om afscheid te nemen. Hij is in de armen van mijn moeder gestorven. Ik vond het geen mooi afscheid. Hij leek in niets op den bompa die ik ooit zo graag had. Er was al enkele jaren geen communicatie meer mogelijk en op het einde was hij zo mager, uitgemergeld bijna. Het echte afscheid en de grote ontlading zijn pas daarna, op de begrafenis gekomen.'

'Ik denk dat je vooral geduldig moet zijn met demente mensen. Geniet van hun heldere momenten. Ik bracht hem soms naar het Fort van Mortsel, een plek uit zijn jeugd. Hij ging daar vroeger wandelen en als kleine jongen zwemmen. "Ik doe dat niet graag, wandelen", zei hij dan weer, maar je merkte toch dat hij onderweg heropleefde. "Daar ben ik nog gaan vissen", zei hij dan ineens. Hij voelde zich thuis in die flitsen verleden. Het was niet veel, maar voor die beetjes deed je het.'(lst)

www.dementie.be

---

'Het kan iedereen overkomen'
Depressie is erfelijk

'Dat depressie erfelijk zou zijn is een te algemene uitspraak, die stigmatiserend werkt bovendien. Depressie is niet erfelijk zoals het syndroom van Down dat is. Depressie wordt bepaald door een combinatie van biopsychosociale factoren.'

'Ook de sociale context en de opvoeding spelen een grote rol. Als je in nauw contact opgroeit met een depressieve ouderfiguur, maak je in sommige gevallen meer kans om depressie te ontwikkelen. Kinderen kopiëren vaak het gedrag van hun ouders. Ook misbruik tijdens je jeugd kan depressie op een later moment in je leven veroorzaken.'

'Daarnaast zijn er sociaal-culturele factoren die van belang zijn. Je maakt bijvoorbeeld meer kans de ziekte te ontwikkelen als je in een uitzichtloze situatie van kansarmoede leeft.'

'Het effect van psychologische factoren mag je ook niet onderschatten. Hoe is je zelfbeeld? Heb je de neiging om te vluchten van problemen of ga je erop af om ze op te lossen? In de psychologie noemen we dat je 'copingsstijl', je veerkracht. De term is ontstaan in de hulpverlening aan Braziliaanse straatkinderen. Hun situatie was in vele gevallen hopeloos, maar toch hadden sommigen een hoge veerkracht. Ze slaagden erin het leven zin te geven ondanks de grote beperkingen die hun situatie meebracht.'

'En dan zijn er nog somatische factoren. Depressie kan een bijwerking zijn van de medicijnen die je slikt of ontstaan als gevolg van alcoholmisbruik.'

'Je kwetsbaarheid is wel biologisch bepaald. Maar dan bepalen de sociale en psychologische factoren hoe je met die aangeboren kwetsbaarheid omgaat.

Vrouwen hebben twee keer meer kans om depressief te worden. Dat kan te maken hebben met hormonale factoren. Maar ze maken ook meer kans om in de armoede verzeild te geraken. Vrouwen staan ook vaker dan mannen onder druk door de combinatie van werk en zorgtaken.'

'Het is dus onjuist om depressie "erfelijk" te noemen, voor de omgeving en de patiënt zelf. Je laat te veel factoren buiten beschouwing. En eigenlijk zeg je dat ze er niets aan kunnen doen. Zo plaats je mensen met een depressie in een slachtofferrol. Depressie kan iedereen overkomen.'
(lst)

Chantal Van Audenhove is hoogleraar psychologie en toegepaste communicatie en coördinator van LUCAS, Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de KU Leuven.

---

Jozef Peuskens: 'Herstel is mogelijk'

'Herstel van schizofrenie is vaak mogelijk, zeker na de eerste opstoot. Als er snel ingegrepen wordt met de juiste antipsychotische medicatie, kunnen bij 60 tot 70 procent van de patiënten de symptomen grotendeels onder controle worden gebracht. Als er meer opstoten zijn, zakt dat resultaat naar 40 tot 50 procent. 10 à 15 procent is medicatie- en therapieresistent.'

'Schizofrenie is een ernstige psychiatrische stoornis, die meestal opduikt tussen 18 en 30 jaar. Dat is een periode waarin mensen aan hoger onderwijs, een baan of belangrijke relaties beginnen. Door de ziektesymptomen slagen jongeren daar niet altijd in. Hun sociaal netwerk gaat verloren, ze behalen geen diploma, bouwen geen zelfstandigheid uit of blijven jaren werkloos.'

'Schizofrenie zou te wijten zijn aan een vroege stoornis in de ontwikkeling van de hersenen. Hierdoor bestaat een zekere kwetsbaarheid die zich al kan uiten voor de eerste schizofrene episode in een wat tragere ontwikkeling in de eerste kinderjaren, slechter presteren op school of een gemiddeld lager IQ. Dat is niet altijd zo, denk aan de wiskundige John Nash, die aan schizofrenie leed, maar de Nobelprijs won.'

'Psychoses zijn moeilijk behandelbaar als de behandeling laat wordt gestart of als ze meerdere keren terugkeren. Psychotische episoden zouden toxisch voor de hersenen zijn en gepaard gaan met een verlies van neuronen. Bij elke nieuwe psychotische episode kan de hersenatrofie erger worden en bovendien gaat het gepaard met een verlies van psychosociale inschakeling.'

'Medicatie is de hoeksteen van een goede behandeling, maar ze moet samengaan met intensieve psychotherapeutische en psychosociale begeleiding. Ook de familie moet daarbij betrokken worden. Patiënten blijven ook daarna kwetsbaar, dus medicatie is blijvend nodig. Bij 80 procent van de patiënten komen nieuwe episoden voor. Dat kan veroorzaakt worden door drugsmisbruik, stress en vooral door het onnauwkeurig gebruiken of stoppen van de medicatie. De nazorg van schizofrene en psychotische patiënten duurt lang. Ze moeten vaak een grote psychosociale achterstand inhalen. En dan zwijg ik nog van de confrontatie met het stigma dat de samenleving op hen kleeft.'(lst)

Jozef Peuskens is psychiater en hoofdgeneesheer van het Universitair Centrum St. Jozef Kortenberg.

---

Ook relanceplan voor beschutte werkplaatsen in crisis

BRUSSEL - Duizenden jobs staan op de helling bij de beschutte werkplaatsen. De Vlaamse overheid poogt daaraan te verhelpen met een nood- of relanceplan.

Na China en India is nu de algemene economische crisis de boeman voor de beschutte werkplaatsen (BW's). Vandaag geven ze nog werk aan 14.000 personen met een handicap en aan 2.000 omkaderende personeelsleden.

Ze hebben zich aardig geheroriënteerd nadat veel van hun traditionele opdrachten werden afgesnoept door lageloonlanden. Maar plots gaat het weer bergaf. In het laatste kwartaal van 2008 is zowat 10 procent van de activiteiten weggevallen. Reden: de economische crisis.

De BW's werken veel in onderaanneming. Als de productie bij de opdrachtgever daalt, voelen zij dat ook; veel harder zelfs, want veel uitbestedende bedrijven beschermen hun eigen personeel en trekken de onderaanneming dan terug.

De 'enclavewerking' van de BW's bijvoorbeeld - kleine groepjes werknemers die ín het opdrachtgevend bedrijf zelf hun opdrachten uitvoeren - is bijna stilgevallen. Dat gaat om twaalf procent van de activiteiten en 2,5 miljoen uren.

De werknemers met een handicap vallen vaak terug op tijdelijke werkloosheid. De 2.000 begeleiders en monitoren kunnen dat niet. Dat zijn bedienden.

Als de beschutte werkplaatsen die groep afdanken, zitten ze morgen in de puree, want ze kunnen hun expertise niet missen.

De Vlaamse regering stemde in met een nood- of relanceplan voor de beschutte werkplaatsen van de Vlaamse minister van Sociale Economie, Kathleen Van Brempt (SP.A).

Dat laat in de eerste plaats toe dat de BW's hun monitoren 4 maanden extra in dienst houden. 6 miljoen euro wordt daarvoor uitgetrokken. Na vier maanden 'wordt die maatregel geëvalueerd'.

Daarnaast trekt de minister geld uit om de doelgroepwerknemers bijkomende opleidingen te geven tijdens hun werkloosheid. Met 1 miljoen euro kunnen 3.700 werknemers een opleiding krijgen waardoor zij en hun bschutte werkplaats morgen nieuwe opdrachten aankunnen.

Ten derde krijgen de beschutte werkplaatsen tips om op zoek te gaan naar nieuwe activiteiten, nieuwe 'niches in de markt'. Zo wordt aangeraden meer werk te zoeken bij overheden; dat zijn stabielere afnemers.

De beschutte werkplaatsen krijgen ook een handleiding van de sociale partners (werkgevers en vakbonden) over alle alternatieven die er zijn voor onverkort ontslag, zoals deeltijds werk of tijdskrediet.

Guy Tegenbos

-----------------

Gepost door: Jaap | 03-02-09

Reageren op dit commentaar

De Standaard maakt de weg vrij voor de psychiatrie en de farmaceutische industrie (2)
Sinds de Zaak De Gelder, gaat er geen dag voorbij zonder dat De Standaard over 'gekken' en 'gekkenhuizen' spreekt.

Nadat minister Onkelinx 3 miljoen euro vrijmaakte voor psychiatrische 'urgentieteams' (wat automatisch tot meer represssie en gedwongen opnames zal leiden), is het tijd om wat te gaan bedelen voor de beschutte werkplaatsen.

De algemene boodschap luidt: 'We zijn allemaal een beetje zot. Niemand hoeft zich ervoor te schamen. Het kan ons allemaal overkomen. Depressie is erfelijk.'

Als de psychiatrische urgentieteams beginnen uit te rukken om mensen in de pscychiatrie te steken, zal iederéén (vooral de psychiatrie en de farmaceutische industrie) tevreden zijn.

De psychiatrie is weer terug van weg geweest en de professoren van de Katholieke Universiteit in Leuven, staan klaar om ons weer voor enkele tientallen jaren te hersenspoelen.

---------------

De Standaard, 3 februari 2009

Woorden voor gek

Het zonderlinge heeft de mens altijd aangetrokken, en het verwondert dan ook niet dat de taalgebruiker een heel gamma aan woorden en uitdrukkingen ter beschikking heeft om zonderlinge toestanden en mensen die daarin verkeren, te typeren. De wereld is een gekkenhuis, en in de taal is het blijkbaar niet anders.
Gek gaat terug op een woordvorm die 'instabiel, zich heen en weer bewegend' betekende, dwaas staat in verband met 'duizelen', zot gaat terug op het Franse sot. Ook idioot hebben we in de veertiende eeuw ontleend aan het Frans, waar het 'dom, onontwikkeld' betekende, een vorm die zelf uit het Latijn kwam: idiota voor 'ondeskundige, leek', terwijl het Griekse idiotès stond voor 'een gewone burger, een leek'. In alle gevallen toont de etymologie dus aan dat die woorden voor een min of meer zelfde begrip zich vrij negatief ontwikkeld hebben. Zo betekende onnozel oorspronkelijk 'onschuldig' en mal 'zwak'. En uit het verre Latijnse quibus , een naamvalsvorm van quis (met de betekenis 'welke?'), kon zo ook kwibus ontstaan.

We hebben rond het begrip 'gek' - andere woorden die ernaar verwijzen zijn bezeten, halfgaar, horendol, hoteldebotel - allerlei spreekwoorden en gezegden gebouwd (zot zijn doet geen zeer, aan het lachen kent men de zot, iemand voor de zot/gek houden, de zot met iemand scheren, kinderen en gekken zeggen de waarheid). We gebruiken allerlei uitdrukkingen om het kenmerk te versterken - stapel(gek), knetter(gek), knotsgek, te gek om los te lopen, stekezot, toppezot - en we vergelijken de zotheid of gekheid met concrete voorwerpen. Je kunt zo zot/gek zijn als een aap, als een (achter)deur, als een balletje, als een bos uien, als een cent, als een drilnoot, als een haspel, als een kanon, als een kip, als een lier, als een molen, als een muts (vergelijk het spreekwoord: hij is zo zot niet als zijn muts staat), als een mus, als een orgel, als een rad, als een stekker, als een tol, als een (draai)top, als een ui of als een (wagen)wiel. Je kunt het zo gek niet bedenken of de taalgebruiker komt wel met zeer vreemd lijkende vergelijkingen op de proppen. Alsof hij ze zelf soms niet allemaal op een rijtje heeft. Naar een verklaring voor die vergelijkingen hoef je vaak niet gek lang te zoeken.

Zo gek als een ui

Opvallend vaak worden in bovenvermelde vergelijkende uitdrukkingen ronde, draaiende voorwerpen genoemd, of voorwerpen die men kan rollen of waar men aan moet draaien: een bal, een cent, een draaitop, een haspel, een lier, een molen, een orgel, een tol en een wiel zijn daar sprekende voorbeelden van. Past ook halfgare kwast niet in dit rijtje? Het zal bijvoorbeeld ook wel geen toeval zijn dat een zottebol (naast 'iemand die zich dwaas aanstelt, een zot, iemand die zottebolt') ook een soort bol betekent die in het bolspel wordt gebruikt. Het is een krulbol waarvan de ene zijde plat is, en de andere halfrond, waardoor die bol gemakkelijk van een rechte baan afwijkt. En hebben ook mensen met psychische problemen niet wat vreemde gedachten in het hoofd, waardoor ze wel eens 'afwijkend' worden genoemd? Ook dieren die rare bekken trekken (een aap) of veel rondhuppelen (een mus, een kip) vinden we in deze vergelijkingen.

Maar het zijn vooral de uitdrukkingen zo gek als een deur en zo gek als een ui die het met lengtes voorsprong halen wat frequentie betreft in het taalgebruik. Deur staat hier niet voor datgene wat toegang verschaft tot een ruimte (zoals in huisdeur, kastdeur of ovendeur). In het Middelnederlands betekende deur onder meer 'dwaas'. Die betekenis - Van Dale brengt het woord in verband met het werkwoord 'duizelen', vandaar de parallelle uitdrukking 'zo dronken als een deur' - is tegenwoordig verloren gegaan, maar de taalgebruiker heeft toch de uitdrukking behouden. Meer nog: allicht ziet hij een deur als iets dat gemakkelijk opendraait, net zoals hij (de Vlaming althans) kan zeggen dat een schroef zot (dol) draait; en daarom heeft hij er allicht allerlei varianten aan toegevoegd: zo zot als een achterdeur, draaideur, klapdeur, schuifdeur, schuurdeur, voordeur. Zelfs zo zot als een deurbel en een deurmat komen voor. En dat een gek ook is gaan betekenen 'beweegbare, met de wind meedraaiende kap, die men op een schoorsteen plaatst om het invallen van de wind te beletten en die ook als windwijzer dienst kan doen' (Van Dale) heeft daar alles mee te maken. Lang niet gek, hoe woorden zich ontwikkelen!

De uitdrukking zo gek als een ui gaat waarschijnlijk terug op de dertiende-eeuwse gezel van Sint-Franciscus, een zekere broeder Juniperus, die de verpersoonlijking was van de heilige onnozelheid. Via zo gek als Juin werd de uitdrukking 'zo gek als een ui'. In veel dialecten is (a)juin namelijk een woord voor 'ui'. En als je met uien kunt vergelijken, waarom dan niet met andere groenten? Inderdaad: ook zo gek als een prei of zo gek als een bos wortels komen voor. Volksetymologie, zeg maar.

Onder de vele uitdrukkingen waarmee we iemand 'gek' kunnen noemen, vinden we: niet goed bij je verstand zijn, niet goed/wel bij je hoofd zijn, de kolder in de kop hebben, een gaatje in zijn hoofd hebben, een kronkel in de hersens hebben, er hapert iets in je bovenkamer, zijn volle verstand niet hebben, het is je in je bol geslagen, een steekje/een vijs los hebben, een vijs kwijt zijn, ze niet allemaal op een rij hebben, ze vangen, kierewiet zijn, geschift zijn, van God verlaten zijn. Iemand waar kosten aan zijn , of bij wie een hoek af is, kun je ook benoemen met: een klap van de molen gehad hebben, met molentjes lopen, niet goed wijs zijn, niet goed snik zijn, niet normaal zijn, van de ratten besnuffeld/gebeten/geneukt zijn, of van lotje getikt zijn.

Veel van die uitdrukkingen zijn vrij doorzichtig: wie een slag of een klap van de molen heeft gekregen, zal wel aan het hoofd geraakt zijn. 'Van lotje getikt' is een uitdrukking die Van Dale rond 1854 situeert en waarin vermoedelijk een verkorting van de naam Charlotte terug te vinden is. Een variant luidt: hij is van lorretje getikt, waar lorretje een scheepsterm zou zijn voor een soort mast. Een andere nevenvorm is 'van lorretje gepikt zijn', waarbij lorretje staat voor een papegaai. De dwaas doet immers als een papegaai: hij praat wel, maar zegt eigenlijk niets.

Ten slotte nog dit: zot zijn ze in Vlaanderen (zothuis, zotteklap, zottekensspel), gek in Nederland (gekkenhuis, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg). Hoe dan ook, 'zot' en 'gek' staan ook voor speelse onbezorgdheid. Zot zijn doet geen zeer. Gek zijn doet geen pijn. Gek zijn is (zelfs) gezond.

Filip Devos is docent Nederlands aan het departement vertaalkunde van de Hogeschool Gent en hoofdredacteur van het tijdschrift 'Over taal'.

Filip Devos

---

Psychische problemen bemoeilijken intimiteit

BRUSSEL - Chantal Van Audenhove 'Een hiaat in je cv, met als uitleg “ik zat een jaar in de psychiatrie,. Voor veel werkgevers doet dat meteen de deur dicht.'

Mensen met psychische problemen worden in hun persoonlijke leefomgeving vaker anders behandeld dan in het publieke veld. Dat blijkt uit een Belgisch onderzoek naar discriminatie en stigma's van mensen met psychische problemen. Het werd uitgevoerd door Lucas, het centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de KU Leuven. Professor Chantal Van Audenhove leidde samen met Alison Hwong en Gert Scheerder het onderzoek.

De helft van de ondervraagden was single en ongetrouwd. Is dat toeval?

'We onderzochten een gemengde groep. 26 ondervraagden lijden aan schizofrenie, 21 aan depressie. Schizofrenie manifesteert zich vaak op jonge leeftijd, dus zij blijven dikwijls lange tijd alleen en trouwen niet of later dan gemiddeld. Depressie duikt pas op latere leeftijd op, dus die patiënten hadden dikwijls de kans om een partner te vinden en een stabiele relatie uit te bouwen.'

Op welke manier beïnvloeden psychische problemen school en werk?

'31,9 % maakte zijn middelbaar niet af en 85,1% werkte niet.'

'Aangezien schizofrenie zich al vroeg manifesteert, bemoeilijkt dat een normale schoolcarrière. Je wordt opgenomen in het ziekenhuis en krijgt zware medicatie. Na je achttiende zorgen die opnames voor hiaten in je cv. “Ik heb een jaar in de psychiatrie gezeten, houdt enorm veel deuren dicht. Werkgevers zijn daar bang van. Vaak solliciteren patiënten niet eens, omdat ze er al van tevoren van uitgaan dat ze niet zullen worden aangenomen door hun ziekte. Zo wordt het een selffulfilling prophecy.'

'Het is juist heel belangrijk dat mensen met psychische problemen aan de slag gaan. Het zorgt voor een dagstructuur, zingeving, sociale contacten en een inkomen.'

De negatieve discriminatie werd het duidelijkst ervaren bij vrienden en familie. Hoe verklaart u dat?

'Psychische problemen bemoeilijken het opbouwen en in stand houden van intimiteit. Mensen zijn vaak heel tolerant tegenover psychische problemen, maar willen ze niet te dichtbij. Een kind met schizofrenie mag wel in de klas van hun zoon of dochter, maar een babysitter met schizofrenie gaat te ver, laat staan dat ze een relatie aangaan met iemand die een ernstige psychische stoornis heeft.'

'Patiënten worden ook vaak gestigmatiseerd als slechte ouders. Door hun labiliteit zouden ze niet goed voor kinderen kunnen zorgen. Maar ook hier zou de nodige souplesse aan de dag gelegd moeten worden. Als de familierelaties goed zitten, dan is eigenlijk veel mogelijk. Ik denk dan aan intensieve hulp van de grootouders of sociale omgeving.'

Positief waren de ondervraagden vooral over transport en de gezondheidszorg.

'Ja, tegemoetkomingen als gratis openbaar vervoer en terugbetaling van medische kosten zijn opstekers voor hen. In sommige steden konden ze bijvoorbeeld ook een vrijetijdspas krijgen. Mensen met psychische problemen zijn vaak financieel benadeeld. Door hun ziekte raken ze dikwijls hun werk kwijt. Daardoor leven velen van het bestaansminimum. Ze durven amper hun huis uit, want ze zijn bang om als “zieke, te worden bestempeld. Die financiële voordelen helpen hen om eens onder de mensen te komen. En het verlaagt de drempel om eens over iets anders dan hun ziekte te praten, een film of een toneelstuk bijvoorbeeld.'

www.kuleuven.be/lucas

Lennie Stinissen

---

'We zijn allemaal sporters'

'De eisen die wij aan sporters stellen, zijn enorm hoog. Als zij falen, dan heeft niemand belangstelling voor hen. Geen wonder dat zij in de verleiding komen om doping te gebruiken, wat henzelf dan weer wordt verweten. Geen wonder ook dat sporters enorm in de put kunnen komen te zitten.'

'Zouden we het verhaal van Meirhaeghe niet als een parabel kunnen lezen voor wat veel meer mensen overkomt?'

'In zekere zin zijn we allemaal sporters. We leven in een tijd waarin succes steeds meer als een keuze geldt en mislukking evengoed. Het vroegere ideaal van de maakbare samenleving is ingeruild voor dat van het maakbare individu. Kijk maar eens goed naar de vrouwenbladen en trouwens ook veel van de mannenbladen. Op de omslag zie je steevast allerlei tests staan die de lezers zichzelf moeten afnemen: "Ben jij wel ondernemend genoeg?". Of er staan aansporingen om je uiterlijk en innerlijk te verbeteren: "Zeven manieren om uw brein te verbeteren" en "Stresskippen moeten meer pistachenootjes eten". Veel mensen werken met plezier aan hun innerlijk en uiterlijk, maar voor velen geldt dat ze de hoge standaarden niet halen, ook niet als ze zichzelf proberen te helpen met wat "doping". Zij kunnen zichzelf dan alleen nog maar vertellen dat het hun eigen schuld is, want aan de omstandigheden ligt het niet.'

'Mensen zeggen vaak dat depressie altijd al heeft bestaan, omdat er altijd al mensen waren die gedurende langere perioden aan het leven leden. Het woord "depressie" is echter pas in de negentiende eeuw geïntroduceerd in de psychiatrie (en het oudere woord "melancholie" stond voor iets heel anders). Wie zegt dat depressie altijd al bestond, doet dus net alsof het niets heeft uitgemaakt dat dat woord er kwam, terwijl het juist heel veel uitmaakt. Want toen pas werd dat lijden een ziekte.'

'Enerzijds helpt dat veel mensen omdat ze zich er dan niet voor hoeven te schamen, zoals Meirhaeghe zegt. Anderzijds suggereert het idee van een ziekte dat de oorzaak van de problemen dus in het lichaam van het betrokken individu zit. Die loopt er door zijn genetische aanleg bijvoorbeeld meer risico op en had zichzelf meer in acht moeten nemen.'

'Dat kan weer onrechtvaardig zijn voor mensen die door omstandigheden psychisch kopje-onder gaan. In een maatschappij die veel verantwoordelijkheid legt bij het individu zelf, is de boodschap ook al gauw "had je maar beter uit moeten kijken". Denk aan de vele allochtone mensen die lijden door vreemdelingenhaat. Het kan zelfs beledigend zijn om hen in plaats van de haatzaaiers "ziek" te noemen. Wie moet er in dit geval nou eigenlijk worden behandeld?'

Trudy Dehue is psycholoog, filosoof en hoogleraar aan de Universiteit Groningen en auteur van het boek 'De depressie-epidemie'.

---

Stigma is erger dan de ziekte

BRUSSEL - Mensen met psychische problemen voelen zich gediscrimineerd.

Mensen met psychische problemen worden in geen enkele cultuur, van Tadzjikistan tot de Verenigde Staten, als evenwaardige mensen gezien. Dat blijkt uit een onderzoek van Indigo, een Europees onderzoeksproject naar discriminatie van mensen met psychische problemen.

Patiënten worden vaak behandeld als gevaarlijk, dom of zwak. Uit interviews met schizofrene patiënten in 28 landen, waaronder België, bleek dat positieve discriminatie zeldzaam is. Negatieve discriminatie wordt wel frequent ervaren, vooral bij het maken of houden van vrienden (47 procent) en familiecontacten (43 procent), en het vinden van een baan (28,6 procent) en intieme relaties (26,8 procent).

De link tussen het stigma dat een samenleving op hen legt en de bereidheid om hulp te zoeken, is groot. Patiënten schamen zich tegenover hun familie en vrienden, maar ook tegenover zichzelf. Ze gaan er vaak van tevoren van uit dat ze gediscrimineerd zullen worden, vooral tijdens het solliciteren (64,1 procent) en in relaties (54,9 procent). 71,9 procent houdt de diagnose schizofrenie verborgen. Hieruit blijkt dat het stigma meer kan vernielen dan de ziekte zelf. Het kan leiden tot moedeloosheid, depressie, een lage eigenwaarde, sociale isolatie, werkloosheid en minder levenskwaliteit. Discriminatiewetten en -campagnes kunnen dus alleen maar werken als er ook geïnvesteerd wordt in de lage eigenwaarde van mensen met psychische problemen, concludeert Indigo.

Lucas, het centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de KU Leuven, nam het Belgische deel van het onderzoek voor zijn rekening. Het ondervroeg 47 Belgen met schizofrenie en depressie. Nogmaals bleek dat patiënten er van tevoren al van uitgaan dat ze gediscrimineerd worden. Dat verwachtingspatroon is een handicap en leidt tot maatschappelijke uitsluiting. Financiële voordelen, zoals gratis openbaar vervoer, werden ervaren als positief, maar benadrukken nogmaals het stigma van het 'anders-zijn'.

Opvallend was dat de ondervraagden zeiden wel degelijk anders behandeld te worden door familie en vrienden, maar niet door werknemers in de geestelijke gezondheidszorg, de sociale sector of bij de politie. Dat heeft wellicht te maken met de trainingen die die mensen daarvoor gekregen hebben. Lucas adviseert de Belgische antistigmacampagnes dus om zich meer op het gedrag van familie en vrienden te richten.

Lennie Stinissen

---

Hoe bewijs je dat de wereld echt is?

Sinds Erwin Vanhove medicijnen neemt tegen schizofrenie, voelt hij zich kwetsbaar. 'Mijn psychoses waren een toevluchtsoord, en ik mis die veilige plek.' Zijn zus Dietlind begrijpt wat hij bedoelt.

Dietlind (25): 'Toen je nog klein was, dacht ik dat je gewoon veel fantasie had. Maar op een keer fietsten we samen naar school en begon je te vertellen over tankwagens en de oorlog die uitbrak. Mensen begonnen te vechten op de stoep. Toen wist ik: oei, dit klopt niet meer.'

Erwin (20): 'Ik zag al heel vroeg dingen die niemand anders zag. Er was een tijd waarin ik mij afvroeg welke van mijn twee werelden nu echt was. Maar hoe bewijs je dat een wereld echt is? Mensen die denken dat God bestaat, geloven toch ook in iets onzichtbaars? Gelukkig zijn mijn twee werelden nooit in elkaar overgevloeid. Ik wist niet welke de belangrijkste was, maar ik wist wel in welke de mensen om mij heen leefden.'

Dietlind: 'Dat is je grote geluk geweest. Anders wordt het gevaarlijk.'

Erwin: 'Ik wilde soms wel dat ze in elkaar overvloeiden. Ik ben van het eerste leerjaar tot het tweede middelbaar zwaar gepest. Die draak op de speelplaats en die ninja's in de klas: ze hadden me kunnen helpen. Vette actie!'

Dietlind: 'Je werd gepest omdat je niet aanwezig genoeg was. In de klas was je ook trager dan de rest. "Concentratieproblemen", zei het PMS.'

Erwin: 'Laatst kwam ik een meisje uit die tijd tegen: "Je was altijd zo asociaal", zei ze. Maar ik had geen andere keus. Mocht ik echt verteld hebben wat er in mijn hoofd omging, ze hadden me nog veel harder gepest. Of gezegd: "Maar jongen toch, dat gebeurt niet echt!". Dat wilde ik niet horen, dus ik zweeg.'

Dietlind: 'Thuis was je vrolijk. Wij luisterden graag naar je verhalen.'

Erwin: 'Thuis was een veilige plek. Ik kon er naartoe als de hele wereld mij uitlachte. Papa vertelde verhalen uit de Edda (oude Scandinavische goden- en heldenliederen, red.) . Ze intrigeerden me en pasten deels in mijn fantasiewereld.'

Dietlind: 'Onze ouders hebben ons altijd gestimuleerd om onszelf te zijn. "Doe eens normaal" hebben we nooit gehoord. Ontwikkel je niet zoals iedereen het wil, maar zoals jij het wil; dat was de boodschap. Als we iets konden dat niemand anders kon, werd dat in de verf gezet. Anders zijn mocht.'

Erwin: 'Op mijn eerste school mocht dat niet. Ik werd er doodziek en had elke dag zelfmoordgedachten. Mijn hallucinaties kwamen meestal daar voor.'

'Het begon al bij de schoolpoort: vuur waar ik doorheen moest. Op de speelplaats hadden de slechten hoorntjes, de goeden aureooltjes. En overal zag ik aura's rond hoofden.'

'Het pesten was allemaal de schuld van God. Die had demonen op mij afgestuurd om mij te kwellen. Ik vuurde energiebollen af om hen te doden. Eén keer heb ik tegen God himself gevochten. Hij blies mij omver, maar ik bundelde mijn krachten en blies hem ook omver. Dat had hij niet verwacht.'

'Op een keer zat ik in de klas en voelde ik mijn armen en benen aan touwtjes hangen. Ik was een marionet en iemand trok aan mijn touwtjes. Hoe hard ik ook wou, ik kon er niet tegen ingaan.'

'Na het tweede middelbaar ben ik van school veranderd. Ik was zo blij toen de pesterijen ophielden. Niemand kon mij nog iets maken. Maar de hallucinaties gingen door. Ik zong "I'm walking on sunshine", zag overal regenbogen en bloemen.'

Dietlind: 'Toch is de diagnose schizofrenie pas rond je achttiende gesteld.'

Erwin: 'Ik zat oefeningen te maken in de klas en kreeg de slappe lach. Ik werd euforisch van geluk. De directeur sprak in slow motion: 'Heb jij drugs ge-no-men?' De dokter keek in mijn ogen, stelde een paar vragen en kwam onterecht tot het besluit dat ik wiet en speed had genomen. In het ziekenhuis zagen ze dat het iets psychisch was. Ze stuurden me naar de psychiater. Na een tijd moest ik wel twaalf pillen per dag slikken. Ik werd daar vreselijk depressief van en kwam het huis niet meer uit.'

Dietlind: 'Hij liep hier rond als een plant. We hebben dan gevraagd om de dosering te verminderen. Maar de pillen waren niet de enige oorzaak van je depressie. Je had het ook moeilijk met afscheid nemen van je psychoses.'

Erwin: 'Ja, dat is waar. Ik voelde mij thuis in mijn tweede wereld. Ik kon daarop terugvallen.'

Dietlind: 'Maar psychoses tasten je hersenen aan. Je elke keer laten beschadigen, was geen optie. We moesten wel voor medicijnen kiezen.'

Erwin: 'Ik heb het gevoel dat ik, sinds ik medicijnen neem, minder controle heb over mezelf. Ik voel me naakt, een schildpad zonder schild. Het is alsof ik met blote vuisten naar de oorlog trek.'

Dietlind: 'Het is gewoon een uitdaging om hetgeen je vroeger via je psychoses deed, nu helder en nuchter te doen. Je zegt ons vaak dat je geen speciale krachten meer hebt, maar dat is niet waar. Je hebt wel krachten en talenten, maar je moet die gewoon herontdekken. Je bent bijvoorbeeld veel zelfverzekerder geworden.'

Erwin: 'Ja, ik kan weer uitgaan en met wildvreemden praten. En ik zou graag weer toneel spelen.'

Dietlind: 'Daar was je goed in. Je verkleedt je al je hele leven.'

Erwin: 'In het begin had mama dat niet graag. Ze was bang dat ik weer gepest zou worden. Maar het mag met carnaval, dus waarom niet op andere dagen? Ik ging als piraat naar de les en op Valentijnsdag had ik bloemen in mijn haar. Omdat ik zoveel nadacht tijdens mijn depressieve periodes, was ik in mijn goede periodes tegen denken. Ik was voor vrijheid en impulsiviteit.'

Dietlind: 'Depressieve periodes zijn eigen aan schizofrenie. Ik ben zelf een aantal jaren depressief en verslaafd geweest.'

'Psychoses heb ik nooit gehad, maar ik was de voeling met de realiteit wel vaak kwijt. Ik begrijp dat vervreemding in zekere zin veilig kan aanvoelen. Al een jaar of vier ben ik clean, en heb ik geen depressies meer. Ik ben daarvoor op eigen initiatief naar een afkickcentrum en een psychiatrische instelling gegaan. Toen ik er vanaf was, dacht ik: "Tiens, wat heb ik al die jaren gedaan?".'

Ik heb sindsdien mijn middelbare school afgemaakt en zit nu in mijn tweede jaar geschiedenis. De oorzaken van mijn depressie zijn niet verdwenen, maar ik heb ermee leren omgaan. Depressie is voor mij, net als schizofrenie, een ziekte.'

Erwin: 'Voor mij is schizofrenie geen ziekte. Het moest natuurlijk onderdrukt worden, want het was niet meer leefbaar. Maar die psychoses maken nog deel uit van mij. Ze hebben me sterker en wijzer gemaakt, en vormden mijn kijk op de wereld.'

Dietlind: 'Ja, mijn depressie heeft mij ook gevormd tot wie ik ben, en in die zin blijft ze altijd een deel van mij. Ik denk nu aan de Mahabharata (Indiaas epos, red.) waarin Krishna vertelt dat je als mens je levenstaak moet vervullen, ook als die je tegensteekt. Ik had die depressie eigenlijk niet willen missen.'

Erwin: 'Voilà. Het leven in mijn tweede wereld gaat gewoon door. Alleen hebben ze ergens een knop ingeduwd. Pauze.'(lst)

---

Gepost door: Jaap | 03-02-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.