07-12-08

Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan te Brugge schendt patiënten- en mensenrechten


Marcel.hospital.im-victime_du_maitre-chanteur-4135875fkvandeurzenpatientenrechtenenmensenrechtenbestaannietinAZSint-JanteBrugge

From: Jan Boeykens
To: nefrologie.azbrugge.be; ombudsman.azbrugge.be; directiesecretariaathoofdgeneesheer-directeur.azbrugge.be; hemodialyse.azbrugge.be; directiesecretariaat.azbrugge.be, operatiekwartier.azbrugge.be, nefrologie.azbrugge.be, postmaster.droitfondamental.eu, AStunova.nhc.nl

Brussel, zaterdag 6.12.2008

AZ. Sint Jan
Dr. Vandecasteele Stefaan
Geneesheer-specialist
Dienst Inwendige ziekten
Campus Sint-Jan
Ruddershove 10
8000 Brugge

Geachte Heer Vandecasteele,

Betreft: klacht - bezoek aan Marcel Vervloesem

Zoals ik u gisteren al schreef, telefoneerde ik op donderdag 4.12.2008 naar het A.Z. Sint-Jan te Brugge en vroeg ik of het mogelijk was om Marcel Vervloesem van onze vereniging die dag te bezoeken.

Men zei me echter verschillende malen achter elkaar dat men 'geen Marcel Vervloesem kende' terwijl Marcel die ons heeft laten weten dat hij ons zo spoedig mogelijk wil zien, ten gevolge van een interne bloeding in de kliniek was opgenomen.

Uiteindelijk moest men toegeven dat Marcel was opgenomen maar toen ik vroeg of het mogelijk was om hem te bezoeken, antwoordde men ons dat men 'geen informatie had' en dat er van 'hogerhand was gezegd dat het geen zin had om terug te bellen omdat men ons toch niet verder kon helpen'.

Prinses de Croÿ telefoneerde en vroeg aan de onthaaldienst van het A.Z. Sint-Jan of zij u kon spreken. Men zei haar dat u zogenaamd afwezig was en dat zij u de volgende dag kon bereiken.

Gisteren telefoneerde Prinses de Croÿ naar de onthaaldienst en vernam zij dat u zogenaamd weer niet in het ziekenhuis was.

Vandaag telefoneerde ik omstreeks 15.30 opnieuw naar het A.Z. Sint-Jan. Opnieuw deelde men mij mede dat de 'naam Marcel Vervloesem onbekend was en dat hij dus niet in het ziekenhuis lag' terwijl hij zich nog steeds in het ziekenhuis bevond.
Ik neem aan dat de onthaaldienst van u en/of van de directie van het A.Z. Sint-Jan dus de opdracht heeft gekregen om ons verkeerd voor te lichten.

Ik telefoneerde terug naar het A.Z. Sint-Jan en ik vroeg of ik u kon spreken. Zoals donderdag en gisteren werd er mij wijsgemaakt dat u afwezig was en dat er maandag consultaties waren zodat ik het best maandag kon terugbellen. De 'secretaresse zou mij dan kunnen zeggen of u er was'. Allemaal onzin natuurlijk om te verhinderen dat wij Marcel die ons nu juist extra hard nodig heeft, kunnen bezoeken. Hoopt de directie van het A.Z. Sint-Jan misschien dat zij op die wijze de definitieve genadeslag aan Marcel kan toedienen ?

Ik telefoneerde, zoals de voorbije dagen, ook naar de gevangenis van Brugge waar men nogmaals bevestigde dat Marcel zich inderdaad in het A.Z. Sint-Jan bevond.

Omdat Prinses de Croÿ en ik Marcel willen opzoeken voor dat het te laat kan zijn, telefoneerde ik opnieuw naar het A.Z. Sint-Jan.
Ik zei aan de vrouw van de onthaaldienst dat haar informatie niet klopte waarop zij op een stomme manier vroeg wie ik juist wilde opzoeken. 'Ik zal het even opzoeken', zei de vrouw.
Een directielid van het A.Z. Sint-Jan kwam vervolgens aan de lijn. Zij moest bekennen dat Marcel zich wél in het hospitaal bevond maar dat we 'hem niet konden bezoeken omdat hij reeds bezoek ontvangen had'. Zij zei ons ook dat Marcel een 'speciaal geval was' en dat zijn kamer 'als een cel' moest bekeken worden.
Op maandag 2.11.2008 bevond Marcel zich wegens een spoedopname en een bijna schierlijk overlijden echter in het Sint-Elisabethziekenhuis te Turnhout alwaar wij hem -gezien onze toelating tot bezoek- zonder problemen konden bezoeken.
Een directielid van de gevangenis van Brugge zei ons eergisteren trouwens dat ons bezoek aan Marcel in het A.Z. Sint-Jan, vermits wij een bezoekerstoelating hebben en wij Marcel reeds tal van keren in de gevangenis van Brugge bezocht hebben, geen enkel probleem kan vormen.

Toen ik het directielid van het A.Z. Sint-Jan vroeg of u zich in het ziekenhuis bevond, antwoordde zij mij dat u er wél was maar 'u komt er niet in!' voegde zij er op een enigszins agressieve wijze aan toe.

Ik vroeg de vrouw waarvoor die comedie en al die leugens eigenlijk nodig waren en waarom het ziekenhuis ons niet gewoon correct kon voorlichten. Maar ik kreeg geen antwoord op deze vraag.

Ik nam vervolgens telefonisch contact op met de Nederlandse ouders van slachtoffertjes van sexueel misbruik, die jarenlang op Marcel konden rekenen en hem vandaag in het A.Z. Sint-Jan gingen bezoeken. Zij deelden mij mede dat Marcel inderdaad al een paar dagen tengevolge van een interne bloeding in het ziekenhuis was opgenomen. Toen zij in het ziekenhuis kwamen, kregen ook zij te horen dat men 'geen Marcel Vervloesem kende' terwijl zij gisteren telefonisch de toelating kregen om Marcel vandaag in het ziekenhuis te gaan opzoeken.
Op een bepaald moment kwam er dan iemand van de directie zeggen dat zij 'binnen mochten'.
Dit verhaal werd door de schoonzoon van Marcel die erbij was, bevestigd.

Ik telefoneerde vervolgens naar Wendy, de dochter van Marcel. Zij bleek helemaal van niets te weten en werd door het A.Z. Sint-Jan zelfs niet op de hoogte gebracht van de spoedopname van haar vader, drie dagen geleden.

Ik telefoneerde opnieuw naar het A.Z. Sint-Jan te Brugge en diende een klacht in voor deze gang van zaken. Ik verwees hierbij naar de wet op de patiëntenrechten die -volgens het jaarverslag 2006 van het A.Z. Sint-Jan- 'voor heel wat verbeteringen zorgde'. Het directielid van het A.Z. Sint-Jan met wie ik door de vrouw van de telefooncentrale was doorverbonden, probeerde me echter wijs te maken dat ik een klacht bij de directie van de gevangenis moest indienen terwijl het duidelijk is dat de ziekenhuisdirectie van het A.Z. Sint-Jan voor deze gang van zaken verantwoordelijk is.

Zo dat was het ongeveer.

Mag ik u hierbij mededelen dat ik mijn klacht wens te handhaven en dat ik binnen de drie dagen (zoals in de onthaalbrochure van het ziekenhuis staat) een schriftelijke bevestiging van deze klacht verwacht ?

Mag ik u tevens mededelen dat Prinses de Croÿ en ik, op maandag 8.12.2008 naar het ziekenhuis zullen komen om Marcel te bezoeken en dat u persoonlijk mede verantwoordelijk zal gesteld worden indien er iets met Marcel gebeurt doordat u hem daarom snel en zonder zijn herstel af te wachten, terug naar de gevangenis laat overbrengen ?

In afwachting van uw antwoord teken ik,

Hoogachtend,

Jan Boeykens
Voorzitter vzw Werkgroep Morkhoven

Prinses Jacqueline de Croÿ
Ondervoorzitter vzw Werkgroep Morkhoven

Werkgroep Morkhoven vzw-asbl
Faiderstraat 10
1060 Sint-Gillis
nr. 443.439.55
Tel: 0032 (0)2 537 49 97
WerkgroepMorkhoven@gmail.com, postmaster@droitfondamental.eu, issakaba@skynet.be

http://groups.msn.com/WerkgroepMorkhoven
http://werkgroep-morkhoven.skynetblogs.be/
http://www.droitfondamental.eu/


In het jaarverslag van de ombudsdienst van het A.Z. Sint-Jan te Brugge staat dat er 'al verschillende decennia een cultuur van willen verbeteren en openstaan voor kritiek in het ziekenhuis, heerst'.

De Werkgroep Morkhoven roept dan ook iederéén dringend op om de ziekenhuisdirectie en de ziekenhuisdiensten van het A.Z. Sint-Jan te contacteren over de manier waarop de bezoekers van Marcel Vervloesem behandeld worden en het bezoekrecht van Marcel Vervloesem wordt geschonden.

Contact

Campus Sint-Jan
Ruddershove 10
8000 Brugge
info@azbrugge.be
Tel: 050 45 21 11 - Fax: 050 45 22 38

Nicole Vandecasteele
Ombudspersoon
050 45 20 42

Peter Vankersschaever
Ziekenhuisdirecteur
050 45 22 40

Dr. Hans Rigauts
Hoofdgeneesheer-Directeur
050 45 22 50

Dirk Pierens
Hoofd Patiëntenadministratie
050 45 20 72

Spoedgevallen: 050 45 20 00

Nierziekten
Tel: 050 45 23 10
Fax: 050 45 23 98
E-mail: nefrologie@azbrugge.be
Artsen:
Geneesheer-departementshoofd
Dr. Mario Schurgers
Geneesheer-afdelingshoofd
Dr. An De Vriese
Geneesheer-specialist
Dr. Erve Matthys
Dr. Stefaan Vandecasteele

Dialysecentrum
- Geneesheren nierziekten en dialyse:
° dr. A. De Vriese
° dr. E. Matthys
° dr. M. Schurgers
° dr. S. Vandecasteele
Tel: 050 45 22 00
Fax: 050 45 22 99
E-mail: hemodialyse@azbrugge.be

ombudsman@azbrugge.be, directiesecretariaathoofdgeneesheer-directeur@azbrugge.be, directiesecretariaat@azbrugge.be, operatiekwartier@azbrugge.be

http://www.azbrugge.be/pub/Custom/Diensten/az_DienstenDetail.aspx?id=276&afd=4&type=A&src=PRS/

------

Administratie Gezondheidszorg - Vlaamse gezondheidsinspectie
Afdeling Preventieve & Sociale Gezondheidszorg
Markiesstraat 1
1000 Brussel
preventievegezondheidszorg@vlaanderen.be


Men kan Marcel Vervloesem, die een week geleden voor een hart-inkijkoperatie eindelijk naar het ziekenhuis overgebracht werd en intussen reeds verschillende spoedoperaties onderging (terwijl er nog 2 hartoperaties zouden moeten volgen), nog steeds schrijven en ondersteunen.
Gezien de christen-democratische justitieminister Vandeurzen zijn gevangenissen ondermeer wil volproppen met mensen die ten dode staan opgeschreven (dat maakt deel uit van zijn 'gigantisch hervormingsplan voor justitie' waarin hij en zijn partijgenoten 'de mens centraal willen stellen'), is men nog steeds verplicht om naar de Guantanamo-gevangenis in Brugge te schrijven.
Eén van de redenen om Marcel, in tegenstelling tot Bart Debie van het Vlaams Belang, ten allen koste in de gevangenis te houden, is dat Vandeurzen en zijn partijgenoten de door de Hoge Raad voor de Justitie bevestigde diefstallen uit het strafdossier van Marcel Vervloesem en van de kinderporno-cd-roms uit de zaak Zandvoort die de Koning voor 'onderzoek' aan de procureur-generaal te Antwerpen liet overmaken, willen blijven dichtdekken.
Schrijf Marcel Vervloesem, best aangetekend, met een eventuele kopie van uw schrijven naar de vzw Werkgroep Morkhoven - Zend hem lege enveloppes en steek postzegels (niet meer dan 10 in één keer) bij uw brief alhoewel hij niet meer in staat is om alle brieven te beäntwoorden:

Gevangenis Brugge
t.a.v. Marcel Vervloesem - Medisch Centrum - Kamer 6.104
Legeweg 200
8200 Sint-Andries - Brugge (België-Belgique)
Tel: 050 45 71 11 - Fax: 050 45 71 89
Europe: Tel: 0032 50 45 71 11 - Fax: 0032 50 45 71 89

Foto's: Marcel Vervloesem, Dr. Stefaan Vandecasteele (AZ. Sint Jan Brugge), Justitieminister Jo Vandeurzen die gedurende 11 jaar voorzitter was van het ZOL (Ziekenhuis Oost-Limburg)

Commentaren

Patiëntenrechten in ziekenhuis Sint-Jan te Brugge blijven een dode letter
Patiëntenrechten

Bijlage: samenvatting van de beperkte folder, uitgegeven door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Recht op kwaliteitsvolle dienstverlening

Dit recht strekt ertoe aan iedere patiënt, met respect voor zijn/haar menselijke waardigheid en autonomie en zonder enig onderscheid, in zijn/haar rechtsverhouding met de beroepsbeoefenaar, een goede, zorgvuldige en kwaliteitsvolle gezondheidszorg te garanderen. De beroepsbeoefenaar dient zich te gedragen in overeenstemming met de zorgvuldigheidsnorm. Bovendien dienen de morele en culturele waarden en de religieuze en filosofische overtuigingen van welke aard ook gerespecteerd te worden.

Recht op vrije keuze van zorgverlener

Dit recht is een specifieke toepassing van het recht op zelfbeschikking. Het is van groot belang met het oog op het vertrouwen van de patiënt in de beroepsbeoefenaar. Door zijn/haar keuze te wijzigen kan de patiënt bovendien uiting geven aan zijn/haar onvrede over de behandeling. Het recht op vrije keuze is eerst en vooral van belang vóór het ogenblik dat er sprake is van een individuele rechtsverhouding van de patiënt met een beroepsbeoefenaar.

De patiënt wordt het recht toegekend om zelf te kiezen op welke beroepsbeoefenaar hij/zij een beroep doet. Dit principe houdt ook in dat de patiënt achtereenvolgens verschillende beroepsbeoefenaars kan contacteren om vervolgens vrij te kiezen met welke beroepsbeoefenaar hij/zij een rechtsverhouding wenst aan te gaan. Eveneens volgt uit dit recht op vrije keuze dat de beroepsbeoefenaar enkel met toestemming van de patiënt het engagement dat hij/zij met deze aanging, kan overdragen aan een andere beroepsbeoefenaar. De patiënt kan zijn/haar keuze steeds herzien en zich tot een tweede beroepsbeoefenaar wenden (‘second opinion'). Het principe van vrije keuze kan beperkt worden door de wet (beperkende regelingen in het kader van de arbeidsgeneeskunde, in de arbeidsongevallenwetgeving, ...).

Recht op informatie over de gezondheidstoestand

De patiënt heeft het recht om die informatie te ontvangen waardoor hij/zij een inzicht krijgt in zijn/haar gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan (art. 7 § 1). Dit recht bestaat op zichzelf, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een voorgenomen behandeling. De patiënt heeft enkel recht op informatie met betrekking tot hemzelf/haarzelf. De wijze van informatieverstrekking dient aangepast te worden aan de individuele patiënt. Dit betekent dat de communicatie met de patiënt moet gebeuren in een voor hem/haar duidelijke en verstaanbare taal. De informatie wordt in principe mondeling verschaft maar kan op verzoek van de patiënt, na eerst mondeling te zijn verstrekt, schriftelijk worden bevestigd door de beroepsbeoefenaar.

De patiënt kan ervoor kiezen dat de informatie eveneens aan een vertrouwenspersoon wordt meegedeeld, bijvoorbeeld wanneer hij/zij zich in een palliatieve fase bevindt of in het geval van een chronische patiënt die een andere chronische patiënt, bijvoorbeeld een lid van een zelfhulpgroep met jarenlange ervaring, aanwijst als vertrouwenspersoon. Het is niet noodzakelijk een bepaalde procedure te volgen voor de aanduiding van de vertrouwenspersoon, zoals het geven van een mandaat. Tussen de patiënt en de vertrouwenspersoon ontstaat een stilzwijgende overeenkomst die te goeder trouw uitgevoerd moet worden. Tussen de beroepsbeoefenaar en de vertrouwenspersoon ontstaat er geen rechtsverhouding en alle rechten van de patiënt worden door de patiënt zelf uitgeoefend.

Het recht van de patiënt om niet te weten heeft algemene erkenning gekregen en bijgevolg kan deze er uitdrukkelijk om verzoeken om niet op de hoogte gebracht te worden van zijn/haar gezondheidstoestand. Om achteraf discussies te voorkomen, wordt het verzoek van de patiënt opgetekend in of toegevoegd aan het patiëntendossier. Ondanks de uitdrukkelijke wens van de patiënt om niet te worden geïnformeerd, kan de beroepsbeoefenaar de patiënt toch informeren over zijn/haar gezondheidstoestand, nadat de beroepsbeoefenaar hierover een andere beroepsbeoefenaar heeft geraadpleegd. Een patiënt die bijvoorbeeld lijdt aan een besmettelijke aandoening, maar daar zelf niet van op de hoogte is, kan daardoor de gezondheid van zichzelf en derden ernstig in gevaar brengen. Het afwegen van gezondheidsbelangen door de beroepsbeoefenaar moet in ruime zin begrepen worden (fysiek, psychisch en sociaal welzijn). Ook wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt ronduit negatief is, geldt het recht van de patiënt op informatie. Uitzonderlijk moet informatie over de gezondheidstoestand en de prognose niet worden meegedeeld (therapeutische exceptie). Deze therapeutische exceptie kan een tijdelijk aspect hebben: van het ogenblik dat het gevreesde nadeel is opgeheven moet de beroepsbeoefenaar de gevoelige informatie toch meedelen

Er moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden opdat de beroepsbeoefenaar informatie aan de patiënt mag onthouden:

Het meedelen van de informatie zal klaarblijkelijk ernstig nadeel voor de gezondheid van de patiënt met zich meebrengen;
De beroepsbeoefenaar heeft een andere beroepsbeoefenaar geraadpleegd;
De beroepsbeoefenaar voegt een schriftelijke motivering toe aan het patiëntendossier en licht de vertrouwenspersoon in, indien die werd aangewezen.


Recht op toestemming

De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. (art. 8 § 1) De toestemming van de patiënt wordt vereist voor elke tussenkomst van de beroepsbeoefenaar in het kader van zijn/haar relatie met de patiënt. De relatie patiënt - beroepsbeoefenaar wordt gekenmerkt door een continu geven van toestemming door de patiënt voor elke tussenkomst van de beroepsbeoefenaar.

In principe moet de toestemming uitdrukkelijk gegeven worden door de patiënt, behalve indien de beroepsbeoefenaar, na de patiënt voldoende te hebben geïnformeerd, uit de gedragingen van de patiënt redelijkerwijze zijn/haar toestemming kan afleiden (non-verbale toestemming). De patiënt heeft het recht te vragen om zijn/haar toestemming schriftelijk vast te leggen en toe te voegen aan het patiëntendossier. Ook de beroepsbeoefenaar wordt dit recht toegekend, op voorwaarde dat de patiënt hiermee akkoord gaat. Wanneer de patiënt een geschreven toestemming weigert terwijl de beroepsbeoefenaar een geschrift noodzakelijk vindt, dan kan die weigering in het patiëntendossier worden genoteerd.

De inhoud van de informatie die verstrekt moet worden aan de patiënt met het oog op het verlenen van zijn/haar toestemming heeft betrekking op:

Het doel (tussenkomst met diagnostisch of therapeutisch karakter)
De aard (pijnlijk, invasief)
De graad van urgentie
De duur
De frequentie
De voor de patiënt relevante tegenaanwijzingen, nevenwerkingen en risico's verbonden aan de tussenkomst
De nazorg
De mogelijke alternatieven
De financiële gevolgen
De mogelijke gevolgen in het geval van weigering of intrekking van de toestemming
Andere relevant geachte verduidelijkingen
De gezondheidstoestand van de patiënt (zie art. 7)

De informatie moet tijdig en voorafgaandelijk aan elke tussenkomst verstrekt worden.

De patiënt heeft het recht zijn/haar toestemming te weigeren en kan een eerder gegeven toestemming intrekken. De beroepsbeoefenaar heeft niet het recht om zonder toestemming de patiënt te behandelen. De weigering of intrekking van de toestemming heeft niet automatisch tot gevolg dat de rechtsverhouding tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar ophoudt te bestaan. Bijgevolg behoudt de patiënt het recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking.

De voorafgaande wilsverklaring, waarin een wilsbekwame patiënt een welbepaalde behandeling weigert, is van bindende aard, en dit zolang hij/zij ze niet herroept op een moment dat hij/zij in staat is zelf zijn/haar rechten uit te oefenen.

Een voorafgaande en een actuele uitgedrukte weigering impliceren dat de beroepsbeoefenaar niet gerechtigd is om te handelen en dat hij/zij deze de weigering dient te respecteren.

Wat spoedgevallen betreft, is het niet steeds mogelijk dat de patiënt of zijn/haar vertegenwoordiger voor elke tussenkomst van de beroepsbeoefenaar zijn/haar toestemming geeft. Hier moet vooreerst rekening gehouden worden met de duidelijke, al dan niet voorafgaandelijk uitgedrukte wil van de patiënt of zijn/haar vertegenwoordiger. Bestaat hieromtrent geen duidelijkheid, dan voert de beroepsbeoefenaar onmiddellijk elke noodzakelijke tussenkomst uit in het belang van de patiënt als toepassing van artikel 422 bis van het Strafwetboek. De beroepsbeoefenaar dient nadien in het patiëntendossier te vermelden dat zijn/haar tussenkomst gebeurde zonder toestemming omdat het om een spoedgeval ging. Van zodra het mogelijk is, moeten de informatie- en toestemmingsverplichting nageleefd worden.

Rechten in verband met het patiëntendossier

De patiënt heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier. Wat betreft de normen waaraan het patiëntendossier moet voldoen, kan verwezen worden naar het KB van 3 mei 1999 betreffende het algemeen medisch dossier en het KB van 3 mei 1999 over de bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waaraan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen, dient te voldoen.

De patiënt kan de beroepsbeoefenaar verzoeken om bepaalde documenten toe te voegen aan het patiëntendossier.

De patiënt heeft het recht om rechtstreeks, zonder tussenkomst van een derde, zijn/haar dossier in te kijken. Hij/zij kan zich wel laten bijstaan door of zijn/haar inzagerecht uitoefenen via een door hem/haar aangewezen vertrouwenspersoon die al dan niet beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is. Aan het verzoek van de patiënt tot inzage in het hem/haar betreffend patiëntendossier moet zo spoedig mogelijk gevolg gegeven worden, namelijk binnen de 15 dagen na ontvangst van het verzoek.

Van inzage worden uitdrukkelijk uitgesloten: de persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar evenals de gegevens die betrekking hebben op een derde. Indien de patiënt toch de persoonlijke notities ter inzage wenst te zien, dient hij/zij zijn/haar inzagerecht op een onrechtstreekse wijze uit te oefenen, met name door een beroep te doen op een beroepsbeoefenaar.

De patiënt heeft eveneens het recht op een afschrift van (een gedeelte van) zijn/haar patiëntendossier (kopie, diskette, e-mailbericht, een met de hand geschreven afschrift)
Dit recht op afschrift is gebonden aan de betaling van de werkelijke kostprijs van het afschrift. De beroepsbeoefenaar kan een afschrift weigeren indien hij/zij duidelijke aanwijzingen heeft dat de patiënt door derden onder druk wordt gezet om een afschrift van zijn/haar patiëntendossier te verkrijgen.

Onder strikte voorwaarden hebben ook de directe verwanten van een overleden patiënt het recht op inzage van het patiëntendossier. De voorwaarde is dat de patiënt zich bij leven niet uitdrukkelijk heeft verzet tegen inzage door zijn/haar nabestaanden in het algemeen of door één of meerdere nader door hem/haar aangeduide perso(o)n(en) ervan. Wat de kring van nabestaanden betreft die inzage kunnen vragen, is er een beperking: enkel de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad kunnen het patiëntendossier inkijken.

Het verzoek tot inzage vanwege de nabestaanden moet voldoende gemotiveerd en gespecificeerd zijn. Bovendien gebeurt de inzage steeds onrechtstreeks via een door de patiënt aangewezen beroepsbeoefenaar die ook uitzonderlijk inzage heeft in de persoonlijke notities.

Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer

De patiënt heeft recht op bescherming van zijn/haar persoonlijke levenssfeer bij iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar en in het bijzonder met betrekking tot de informatie die verband houdt met zijn/haar gezondheid. Het recht op bescherming van de intimiteit van het privé-leven met betrekking tot de gezondheid wordt met andere woorden erkend als een volwaardig patiëntenrecht. De patiënt heeft ook het recht op ruimtelijke privacy. De lokalen waarin de tussenkomst van de beroepsbeoefenaar plaatsvindt, moeten de nodige intimiteit voor de patiënt waarborgen. Bovendien mogen bij de tussenkomst van de beroepsbeoefenaar enkel die personen aanwezig zijn wiens aanwezigheid beroepshalve vereist is.

De tweede paragraaf van artikel 10 voorziet in een inmengingsverbod met betrekking tot de uitoefening van dit recht. In uitzonderlijke omstandigheden wordt inmenging toch toegestaan indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:
De inmenging moet bij wet voorzien zijn;
De inmenging dient verantwoord te zijn door een legitiem doel;
Bescherming van de volksgezondheid;
Bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Recht op klachtenbemiddeling

Artikel 11 § 1 bepaalt dat de patiënt het recht heeft klacht neer te leggen bij de bevoegde ombudsfunctie in verband met de uitoefening van zijn/haar rechten zoals omschreven in dit wetsontwerp.

Op die manier wordt aan de patiënt de garantie geboden dat zijn/haar klacht naar aanleiding van een tussenkomst van een beroepsbeoefenaar wordt opgevangen en dat daaromtrent bemiddelend wordt opgetreden door een ombudsfunctie. We stellen immers vast dat een patiënt vaak niet weet aan wie hij zijn/haar probleem dient voor te leggen en bijgevolg ook geen enkele actie onderneemt. Een patiënt die wel actie onderneemt, krijgt dikwijls weinig gehoor. Gerechtelijke procedures slepen bovendien lang aan, zijn kostelijk, gaan gepaard met een moeilijke bewijsvoering en zijn zelden probleemoplossend.

De ombudsfunctie krijgt vijf opdrachten toegekend:

Voorkomen van vragen en klachten door de bevordering van de communicatie tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar. De ombudsfunctie zal bij iedere uiting van ongenoegen vanwege een patiënt deze ertoe aansporen om met de betrokken beroepsbeoefenaar contact op te nemen. Dit is echter niet verplichtend.
Bemiddelen omtrent de klachten zoals bedoeld in art. 11 § 1 om een oplossing te bereiken. Deze oplossing vertoont weliswaar geen bindend karakter.
Wanneer geen oplossing wordt bereikt, dient de ombudsfunctie de patiënt in te lichten inzake de verdere mogelijkheden tot afhandeling van zijn/haar klacht.
De ombudsfunctie dient informatie te verstrekken over de eigen organisatie, de werking en de procedureregels.
De ombudsfunctie dient ten slotte aanbevelingen te formuleren om de herhaling van de tekortkomingen die aanleiding gaven tot de klachten te voorkomen.


Om de onafhankelijke werking van de ombudsfunctie te kunnen garanderen en haar aanvaardbaar te maken voor enerzijds de beroepsbeoefenaars en anderzijds de patiënten (die het nut van een beroep op een ombudsfunctie maar zullen inzien indien ze de indruk hebben dat de ombudsfunctie onafhankelijk optreedt) moeten de voorwaarden voor haar onafhankelijke werking geregeld worden door de Koning bij een in ministerraad overlegd KB.
Er wordt bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu een Federale commissie voor de Rechten van de Patiënt opgericht. Het is de bedoeling dat deze commissie de voorziene rechten van de patiënt voortdurend evalueert en eventueel aanpast.
De commissie heeft onder meer tot taak om klachten te behandelen inzake de werking van een ombudsfunctie Ze vormt een soort aanspreekpunt voor de ombudsfuncties en tegelijkertijd kan zij ook klachten behandelen over de werking ervan. De commissie is evenwel geen beroepsinstantie in verband met individuele klachten die aan die ombudsfunctie worden voorgelegd.

Vertegenwoordiging van de patiënt

Algemeen beschouwd zijn patiëntrechten persoonlijkheidsrechten die door de betrokken patiënt zelf uitgeoefend moeten worden indien hij/zij daartoe de bekwaamheid bezit. De vraag rijst wie de rechten van de patiënt uitoefent indien deze laatste nog niet (minderjarigen) of niet meer (bijvoorbeeld dementerende patiënten) bekwaam is. In het geval van een minderjarige patiënt worden zijn/haar rechten uitgeoefend door de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefenen of door de voogd indien de minderjarige geen ouders heeft die het gezag over hem/haar kunnen uitoefenen. De minderjarige patiënt mag niet volledig buitenspel worden gezet. Afhankelijk van zijn/haar leeftijd en graad van ontwikkeling dient de patiënt betrokken te worden bij de uitoefening van de rechten. Zo is het mogelijk dat de beroepsbeoefenaar vaststelt dat de minderjarige, ondanks zijn/haar juridisch volledige handelingsonbekwaamheid toch bekwaam is om zelf zijn/haar rechten inzake gezondheid uit te oefenen en dus zonder tussenkomst van zijn/haar ouders of voogd.

De rechten van de meerderjarige handelingsonbekwame patiënt (statuut van verlengde minderjarigheid of onbekwaamheidsverklaring) worden uitgeoefend door de ouders, die het gezag over de verlengd minderjarige uitoefenen, of door de voogd. Ook deze patiënten dienen zoveel mogelijk bij de uitoefening van de rechten te worden betrokken, in verhouding tot hun begripsvermogen.

De rechten van een meerderjarige patiënt, die niet valt onder een van bovenvermelde statuten, worden uitgeoefend door een persoon die door de patiënt voorafgaandelijk is aangewezen om in zijn/haar plaats op te treden (de door de patiënt benoemde vertegenwoordiger) indien en zolang als hij/zij niet in staat is deze rechten zelf uit te oefenen, hetgeen beoordeeld wordt door de beroepsbeoefenaar. In tegenstelling tot de vertrouwenspersoon betreft het hier niet een persoon die de patiënt bijstaat bij de uitoefening van zijn rechten maar wel een persoon die de rechten van de patiënt uitoefent.

Voor de aanduiding van de vertegenwoordiger wordt een formele procedure voorzien, namelijk aanwijzing bij gedagtekend en door de patiënt en de vertegenwoordiger ondertekend schriftelijk mandaat. Herroeping van het mandaat door de patiënt of door de door hem/haar benoemde vertegenwoordiger is mogelijk als dit via een gedagtekend en ondertekend geschrift gebeurt. Indien de patiënt zelf geen vertegenwoordiger aanwijst, treedt een naaste verwant van de patiënt op als zijn/haar vertegenwoordiger (de informele vertegenwoordiger, zijnde: de samenwonende echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of feitelijk samenwonende partner). Wanneer de persoon die als informele vertegenwoordiger in aanmerking komt dit niet wenst te doen of ontbreekt, dan worden de rechten in dalende volgorde uitgeoefend door een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zus. Ontbreken of wensen ook deze personen dit niet te doen of is er een conflict tussen de betrokkenen, dan behartigt de beroepsbeoefenaar de belangen van de patiënt, hetgeen kan betekenen dat deze een behandeling zonder toestemming van de patiënt of een vertegenwoordiger toedient.

Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat er multidisciplinair moet worden overlegd. Ook hier dient de patiënt zoveel als mogelijk en in verhouding met zijn/haar begripsvermogen betrokken te worden bij de uitoefening van zijn/haar rechten (bijvoorbeeld in welbepaalde heldere momenten).

De bedoelde vertegenwoordigers zijn bevoegd om alle rechten van de patiënt uit te oefenen. Zo heeft de vertegenwoordiger namens de patiënt in principe rechtstreeks inzage in het gehele dossier van de patiënt. Niettemin heeft de beroepsbeoefenaar de mogelijkheid om met het oog op de bescherming van de intimiteit en de privacy van de patiënt geheel of gedeeltelijk niet in te gaan op het verzoek van een vertegenwoordiger om inzage in of een afschrift van het dossier van de patiënt te krijgen, behalve wanneer de vertegenwoordiger een beroepsbeoefenaar heeft aangeduid om inzage te nemen of een afschrift te bekomen. Er moet van uitgegaan worden dat iedere vertegenwoordiger, bij het nemen van beslissingen omtrent de medische behandeling van de wilsonbekwame, zich laat leiden door wat de patiënt zou hebben gewild. Kan deze wil niet achterhaald worden, dan moet men ervan uitgaan dat de patiënt datgene zou hebben gewild dat het meest in zijn/haar belang is. Wanneer de beroepsbeoefenaar meent dat de beslissing van de vertegenwoordiger van de patiënt niet in het belang is van de patiënt, omdat ze een bedreiging vormt voor zijn/haar gezondheid, kan deze na multidisciplinair overleg afwijken van de beslissing die genomen werd door een wettelijke vertegenwoordiger of een informele vertegenwoordiger. Wanneer een door de patiënt benoemde vertegenwoordiger een beslissing neemt die klaarblijkelijk niet in het belang is van de patiënt, dan wijkt de beroepsbeoefenaar daarvan slechts af in de mate dat deze vertegenwoordiger zich niet kan beroepen op een uitdrukkelijke wilsverklaring van de patiënt in verband met deze beslissing. Een voorafgaandelijk opgestelde schriftelijke weigering (zie art 8 § 4, tweede lid) moet worden gerespecteerd los van de vraag of er een vertegenwoordiger is, onafhankelijk van de categorie waartoe deze vertegenwoordiger behoort.

Gepost door: Jaapjejaap | 07-12-08

Reageren op dit commentaar

AZ Sint-Jan Brugge schuldig aan dood bejaarde patiënte Het AZ Sint-Jan-ziekenhuis in Brugge is schuldig aan de dood van een 75-jarige patiënte en moet daarvoor een boete van bijna 7.500 euro en schadevergoedingen betalen aan de nabestaanden. De Brugse vrouw stortte in de nacht van 4 op 5 december 1999 te pletter in de technische koker van het ziekenhuis, die niet afgesloten was. De nachtverpleegster en ziekenhuisdirecteur Peter Van Kersschaever werden vrijgesproken.

3/05/2005

Gepost door: Jaapjejaap | 07-12-08

Reageren op dit commentaar

'Patiëntenrechten': brief Inge Vervotte
Klachtenregeling - Minister Vervotte

In antwoord op de vragen gesteld in uw mail dd. 18.11.2004 kan ik u het volgende mededelen:

Elk ziekenhuis stelt een eigen klachtenprocedure op, die op het ogenblik van de inspectie gecontroleerd wordt.
Ieder ziekenhuis beschikt over een ombudsfunctie. Dit is verplicht op grond van de wet betreffende de rechten van de patiënt. Voor de psychiatrische ziekenhuizen volstaat het om het klachtrecht van de patiënt te garanderen via de ombudsfunctie van het samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten als overlegplatform.
De aanstelling van de ombudsman gebeurt door de ziekenhuizen zelf.
De evaluatie van de wet betreffende de rechten van de patiënt en van de werking van de ombudsfuncties, gebeurt door de federale commissie "Rechten van de patiënt" die werd opgericht bij het (federale) Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
De federale commissie "Rechten van de patiënt" behandelt ook klachten omtrent de werking van de ombudsfuncties.
Ik heb geen zicht op het aantal klachten dat jaarlijks in Vlaanderen wordt onderzocht. Wel dient elke ombudsfunctie jaarlijks een verslag op te stellen met een overzicht van het aantal klachten, het voorwerp van de klachten en het resultaat van zijn optreden tijdens het voorbije kalenderjaar. Dit jaarverslag moet overgemaakt worden aan de federale commissie "Rechten van de patiënt".
Wat betreft het aantal gerechtelijke procedures die opgestart worden omdat de klachtenbehandeling niet volstaat, beschik ik niet over cijfermateriaal.
Dit hangt samen met de rechten van de patiënt (recht op kwaliteitsvolle dienstverlening, recht op informatie). Zoals hierboven reeds vermeld, gebeurt de evaluatie van deze rechten door de federale commissie "Rechten van de patiënt".
Ik beschik niet over cijfermateriaal betreffende medische fouten.

11.1.2005

Gepost door: Jan Boeykens | 08-12-08

Reageren op dit commentaar

Yves Leterme: open brief inzake de 'patiëntenrechten' (AZ Sint Jan Brugge)
Van: Jan Boeykens werkgroep morkhoven
Aan: pim.vanwalleghem@premier.fed.be
Datum: 8 dec. 2008
Onderwerp: wet op de patiëntenrechten


De Eerste Minister
Wetstraat 16
1000 Brussel


Brussel, 8.12.2008


Excellentie,


Mag ik Uw aandacht vragen voor de brief in bijlage waaruit blijkt dat
de wet op de rechten van de patiënt, in het AZ Sint Jan te Brugge
wordt geschonden ?

In afwachting van uw antwoord, teken ik,


Jan Boeykens
Voorzitter vzw Werkgroep Morkhoven

Werkgroep Morkhoven vzw-asbl
Faiderstraat 10
1060 Sint-Gillis
nr. 443.439.55
Tel: 0032 (0)2 537 49 97
WerkgroepMorkhoven@gmail.com

----------------------------------------


In het jaarverslag van de ombudsdienst van het A.Z. Sint-Jan te Brugge
staat dat er 'al verschillende decennia een cultuur van willen
verbeteren en openstaan voor kritiek in het ziekenhuis, heerst'.


From: Jan Boeykens
To: nefrologie.azbrugge.be; ombudsman.azbrugge.be;
directiesecretariaathoofdgeneesheer-directeur.azbrugge.be;
hemodialyse.azbrugge.be; directiesecretariaat.azbrugge.be,
operatiekwartier.azbrugge.be, nefrologie.azbrugge.be,
postmaster.droitfondamental.eu, AStunova.nhc.nl

Brussel, zaterdag 6.12.2008

AZ. Sint Jan
Dr. Vandecasteele Stefaan
Geneesheer-specialist
Dienst Inwendige ziekten
Campus Sint-Jan
Ruddershove 10
8000 Brugge

Geachte Heer Vandecasteele,

Betreft: klacht - bezoek aan Marcel Vervloesem

Zoals ik u gisteren al schreef, telefoneerde ik op donderdag 4.12.2008
naar het A.Z. Sint-Jan te Brugge en vroeg ik of het mogelijk was om
Marcel Vervloesem van onze vereniging die dag te bezoeken.

Men zei me echter verschillende malen achter elkaar dat men 'geen
Marcel Vervloesem kende' terwijl Marcel die ons heeft laten weten dat
hij ons zo spoedig mogelijk wil zien, ten gevolge van een interne
bloeding in de kliniek was opgenomen.

Uiteindelijk moest men toegeven dat Marcel was opgenomen maar toen ik
vroeg of het mogelijk was om hem te bezoeken, antwoordde men ons dat
men 'geen informatie had' en dat er van 'hogerhand was gezegd dat het
geen zin had om terug te bellen omdat men ons toch niet verder kon
helpen'.

Prinses de Croÿ telefoneerde en vroeg aan de onthaaldienst van het
A.Z. Sint-Jan of zij u kon spreken. Men zei haar dat u zogenaamd
afwezig was en dat zij u de volgende dag kon bereiken.

Gisteren telefoneerde Prinses de Croÿ naar de onthaaldienst en vernam
zij dat u zogenaamd weer niet in het ziekenhuis was.

Vandaag telefoneerde ik omstreeks 15.30 opnieuw naar het A.Z.
Sint-Jan. Opnieuw deelde men mij mede dat de 'naam Marcel Vervloesem
onbekend was en dat hij dus niet in het ziekenhuis lag' terwijl hij
zich nog steeds in het ziekenhuis bevond.
Ik neem aan dat de onthaaldienst van u en/of van de directie van het
A.Z. Sint-Jan dus de opdracht heeft gekregen om ons verkeerd voor te
lichten.

Ik telefoneerde terug naar het A.Z. Sint-Jan en ik vroeg of ik u kon
spreken. Zoals donderdag en gisteren werd er mij wijsgemaakt dat u
afwezig was en dat er maandag consultaties waren zodat ik het best
maandag kon terugbellen. De 'secretaresse zou mij dan kunnen zeggen of
u er was'. Allemaal onzin natuurlijk om te verhinderen dat wij Marcel
die ons nu juist extra hard nodig heeft, kunnen bezoeken. Hoopt de
directie van het A.Z. Sint-Jan misschien dat zij op die wijze de
definitieve genadeslag aan Marcel kan toedienen ?

Ik telefoneerde, zoals de voorbije dagen, ook naar de gevangenis van
Brugge waar men nogmaals bevestigde dat Marcel zich inderdaad in het
A.Z. Sint-Jan bevond.

Omdat Prinses de Croÿ en ik Marcel willen opzoeken voor dat het te
laat kan zijn, telefoneerde ik opnieuw naar het A.Z. Sint-Jan.
Ik zei aan de vrouw van de onthaaldienst dat haar informatie niet
klopte waarop zij op een stomme manier vroeg wie ik juist wilde
opzoeken. 'Ik zal het even opzoeken', zei de vrouw.
Een directielid van het A.Z. Sint-Jan kwam vervolgens aan de lijn. Zij
moest bekennen dat Marcel zich wél in het hospitaal bevond maar dat we
'hem niet konden bezoeken omdat hij reeds bezoek ontvangen had'. Zij
zei ons ook dat Marcel een 'speciaal geval was' en dat zijn kamer 'als
een cel' moest bekeken worden.
Op maandag 2.11.2008 bevond Marcel zich wegens een spoedopname en een
bijna schierlijk overlijden echter in het Sint-Elisabethziekenhuis te
Turnhout alwaar wij hem -gezien onze toelating tot bezoek- zonder
problemen konden bezoeken.
Een directielid van de gevangenis van Brugge zei ons eergisteren
trouwens dat ons bezoek aan Marcel in het A.Z. Sint-Jan, vermits wij
een bezoekerstoelating hebben en wij Marcel reeds tal van keren in de
gevangenis van Brugge bezocht hebben, geen enkel probleem kan vormen.

Toen ik het directielid van het A.Z. Sint-Jan vroeg of u zich in het
ziekenhuis bevond, antwoordde zij mij dat u er wél was maar 'u komt er
niet in!' voegde zij er op een enigszins agressieve wijze aan toe.

Ik vroeg de vrouw waarvoor die comedie en al die leugens eigenlijk
nodig waren en waarom het ziekenhuis ons niet gewoon correct kon
voorlichten. Maar ik kreeg geen antwoord op deze vraag.

Ik nam vervolgens telefonisch contact op met de Nederlandse ouders van
slachtoffertjes van sexueel misbruik, die jarenlang op Marcel konden
rekenen en hem vandaag in het A.Z. Sint-Jan gingen bezoeken. Zij
deelden mij mede dat Marcel inderdaad al een paar dagen tengevolge van
een interne bloeding in het ziekenhuis was opgenomen. Toen zij in het
ziekenhuis kwamen, kregen ook zij te horen dat men 'geen Marcel
Vervloesem kende' terwijl zij gisteren telefonisch de toelating kregen
om Marcel vandaag in het ziekenhuis te gaan opzoeken.
Op een bepaald moment kwam er dan iemand van de directie zeggen dat
zij 'binnen mochten'.
Dit verhaal werd door de schoonzoon van Marcel die erbij was, bevestigd.

Ik telefoneerde vervolgens naar Wendy, de dochter van Marcel. Zij
bleek helemaal van niets te weten en werd door het A.Z. Sint-Jan zelfs
niet op de hoogte gebracht van de spoedopname van haar vader, drie
dagen geleden.

Ik telefoneerde opnieuw naar het A.Z. Sint-Jan te Brugge en diende een
klacht in voor deze gang van zaken. Ik verwees hierbij naar de wet op
de patiëntenrechten die -volgens het jaarverslag 2006 van het A.Z.
Sint-Jan- 'voor heel wat verbeteringen zorgde'. Het directielid van
het A.Z. Sint-Jan met wie ik door de vrouw van de telefooncentrale was
doorverbonden, probeerde me echter wijs te maken dat ik een klacht bij
de directie van de gevangenis moest indienen terwijl het duidelijk is
dat de ziekenhuisdirectie van het A.Z. Sint-Jan voor deze gang van
zaken verantwoordelijk is.

Zo dat was het ongeveer.

Mag ik u hierbij mededelen dat ik mijn klacht wens te handhaven en dat
ik binnen de drie dagen (zoals in de onthaalbrochure van het
ziekenhuis staat) een schriftelijke bevestiging van deze klacht
verwacht ?

Mag ik u tevens mededelen dat Prinses de Croÿ en ik, op maandag
8.12.2008 naar het ziekenhuis zullen komen om Marcel te bezoeken en
dat u persoonlijk mede verantwoordelijk zal gesteld worden indien er
iets met Marcel gebeurt doordat u hem daarom snel en zonder zijn
herstel af te wachten, terug naar de gevangenis laat overbrengen ?

In afwachting van uw antwoord teken ik,

Hoogachtend,

Jan Boeykens
Voorzitter vzw Werkgroep Morkhoven

Prinses Jacqueline de Croÿ
Ondervoorzitter vzw Werkgroep Morkhoven

Werkgroep Morkhoven vzw-asbl
Faiderstraat 10
1060 Sint-Gillis
nr. 443.439.55
Tel: 0032 (0)2 537 49 97
WerkgroepMorkhoven@gmail.com, postmaster@droitfondamental.eu, issakaba@skynet.be

http://groups.msn.com/WerkgroepMorkhoven
http://werkgroep-morkhoven.skynetblogs.be/
http://www.droitfondamental.eu/

Meer info: http://patient-rechten-droits-rights.skynetblogs.be/

Gepost door: Jan Boeykens | 08-12-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.